Er is een fout opgetreden, probeer het later nog eens.

De NPO app

Download

NRU, 24 december 1931

22 dec 2014 14:08

• NOS • 9 min

Eerste keer dat koningin Wilhelmina op de radio te horen was! “Voor mij is het een reden tot dankbaarheid mij op dit oogenblik door de radio met u allen verbonden te weten en daardoor zoovele landgenooten te kunnen toespreken. Het is als scheidde ons geen afstand, als toefden wij in elkaars tegenwoordigheid. Ik zie in ons contact door den aether het beeld van een hoogeren band, door God zelf gelegd, die de geheele menschheid omvat. Terwijl ik u thans mijn Kerstgroet zal voorlezen, doe ik dit in het levendig besef van die saamhoorigheid en gedenk met een uit het hart komende heilbede de geheele menschheid. Er lijkt ongetwijfeld voor velen een groote tegenstelling tusschen de schaduw, welke de ongunst der tijden op de menschen en omstandigheden werpt, en de groote blijdschap van het Kerstfeest. De stoffelijke en geestelijke nood is hoog gestegen. Er is veel wat neerdrukt, wat de levensvreugde van ons allen bedreigt en sterker dan ooit is de overtuiging, dat wij dit uit ons zelf niet kunnen te boven komen. Gelukkig brengt het feest blijdere boodschap. Want het Kerstfeest is onafscheidelijk verbonden met onzen strijd en met ons lijden, het is de vervulling van al hetgeen wij daarin ontberen. Het verlegt in ons het zwaartepunt van zorgen en moeite naar Hem, die ons spreekt van verlossing en troost, het brengt den klemtoon van die zorgen en die moeite over op Zijne liefde. Het komt met iets nieuws, met hoogere kracht, het doet die kracht in ons ontwaken, het leert ons dragen wat zonder die kracht niet te dragen is. Over de wereld, gedompeld in kommer, daalt de Kerstnacht, komt de liefde van God ons lichtend tegemoet, schenkt God Zijn heerlijke gave, Immanuel daalt af in onzen diepen nood. Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet overmocht. De liefde van Christus straalt door de schaduwen van dezen tijd heen, zij zal sterker blijken te zijn dan dat donker. Wij zingen ‘Stille nacht, Heilige nacht’.... Die liefde maakt innerlijk stil. Waar zij overwint verdwijnt de onrust, die velen in onzen tijd den innerlijken vrede ontrooft. Zij voert ons naar dat thuis van de ziel, waar alles in overeenstemming is met het beste en met het diepste in ons wezen. Zij leert bidden, zóó bidden, dat God verhooren kan; eigen wenschen en begeerten te toetsen aan den hoogen wil van God en dien wil tot den onzen maken en zoo het bedoelen van dat Vaderhart kennen. Zij bekwaamt ons om zelf mede te arbeiden aan het plan, dat Gods liefde voor ieder onzer persoonlijk heeft bepaald en, dat ondanks alle stormen en beproevingen, welke in deze wereld ons deel mochten zijn, rustig zijn voltooiing tegemoet gaat, voor welks verwezenlijking Immanuel onze gestalte aannam. Hij deelt ons Zijn leven mede. Gelijk in de lente de plantenwereld bij haar ontwaken, in eindelooze verscheidenheid, het wonder te aanschouwen geeft van het ontluiken van één en hetzelfde leven, zoo vertolkt een ieder het van Christus ontvangen leven, volgens eigen aard en karakter in de heerlijke ruimte en vrijheid, welke dit leven ons schenkt. Dit vernieuwe in ons de kracht om met blijdschap onzen weg te gaan. Welk een vastheid, welk een zekerheid komt er niet in ons bestaan, als wij mogen wandelen bij het licht, dat Zijn leven uitstraalt. Onze tijd vraagt veel moed, veel geestkracht, veel geloof. Het Kerstfeest roept het elkeen als het ware toe: waagt het met Immanuel, dit is God met ons. Vertrouwt op Zijn liefde, in gebed en in persoonlijke gemeenschap. Zóó wordt alle donker een lichtende Kerstnacht, en ieder kruis, hetzij bewust, hetzij onbewust, met Hem gedragen, gaat over in heerlijkheid.”