Er is een fout opgetreden, probeer het later nog eens.

De NPO app

Download

Onjuiste argumenten

6 apr 2016 12:50

NTR • 4 min

Soms probeert iemand je overtuigen met een argument waarvan je voelt dat er iets niet mee klopt. Dan kan er sprake zijn van een drogreden. Arnoud Kuijpers behandelt in deze lesvideo negen verschillende drogredenen.

“Mijn opa rookte als een ketter en is 98 jaar geworden. Dus roken is helemaal niet ongezond”. Dit is een voorbeeld van een drogreden, een onjuiste argumentatie. Soms worden ze per ongeluk gebruikt maar vaak ook opzettelijk in de hoop de ander te overtuigen. Dat gebeurt bijvoorbeeld vaak in de politiek. Het herkennen van drogredenen komt slim over maar veel belangrijker, je ziet eerder de zwakke argumentatie van een ander. Mensen die drogredenen gebruiken, bedriegen of misleiden je in feite, ze proberen jou te manipuleren. Ondanks dat je aanvoelt dat er iets niet klopt, weet je niet precies wat dat is. Daarom worden in dit filmpje de negen belangrijkste drogredenen besproken zodat jij precies weet wat er aan de argumentatie van de ander schort. De eerste. De onjuiste oorzaak-en gevolgrelatie, oftewel een onjuist beroep op causaliteit. Er wordt een oorzakelijk verband gelegd tussen twee dingen die allebei wel waar zijn maar waar eigenlijk geen verband tussen is. Bijvoorbeeld: ‘Sinds er meer kikkers in de vijver zitten is het water schoner. Dat moet dus wel aan de kikkers liggen.’ Dat hoeft helemaal niet aan de kikkers te liggen maar kan ook aan iets anders liggen. De tweede. De verkeerde vergelijking. Er wordt een vergelijking gemaakt tussen twee dingen die van elkaar verschillen. Bijvoorbeeld: ‘het proefwerk Nederlands zal wel weer makkelijk worden, want dat was het de vorige keer ook.’ Maar dit is natuurlijk een heel ander proefwerk. De overhaaste generalisatie. Op basis van een of enkele waarnemingen wordt er een conclusie genomen voor een grote groep. Bijvoorbeeld: ‘Zie je wat dat blonde meisje geantwoord heeft? Zie je wel, alle blonden vrouwen zijn dom’. Maar er zijn ook heel veel slimme blonde vrouwen. De vierde, de cirkelredenering. Bij een cirkelredenering zijn standpunt en argument inhoudelijk gelijk. Het standpunt is tevens het argument en andersom. Vandaar de cirkel. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb geen zin in eten want ik heb geen trek’. Je kan ook zeggen: ‘ik heb geen trek want ik heb geen zin in eten’. Vijf. De persoonlijke aanval. Er wordt op de man gespeeld en geen enkel inhoudelijk argument gegeven. Je wordt persoonlijk aangevallen. Bijvoorbeeld: ‘wat weet een dronkenlap als jij van politiek?’ Waarschijnlijk best wel veel. Zes. Het ontduiken van de bewijslast. Er wordt geen enkel argument gegeven maar je vraagt aan degene die het er niet mee eens is om met tegenargumenten te komen of iets te bewijzen. Bijvoorbeeld: ‘geef mij een goede reden om tegen abortus te zijn’. Hierbij vraag je om een tegenargument. Of: ’bewijs maar dat je dit zelf geschreven hebt, zei de leraar. Hierbij vraagt de leraar om bewijs van jou. Zeven. Het vertekenen van het standpunt. Oftewel woorden in de mond leggen. Daarbij verdraai je een uitspraak van iemand anders. Je beweert dat een ander iets heeft gezegd terwijl dat niet het geval is. Bijvoorbeeld: ‘Ward gaat niet naar het popfestival, hij houdt niet van popmuziek en gezelligheid.’ Maar hij houdt misschien juist wel van popmuziek en gezelligheid. Acht. Het bespelen van het publiek. Hierbij formuleert iemand zijn standpunt zo dat het moeilijk wordt om er tegenin te gaan. Op deze manier probeert iemand een afwijkende mening te voorkomen. Daarbij ontbreken argumenten. Bijvoorbeeld: ‘ik heb overduidelijk gelijk, alleen hele domme en achterlijke mensen zullen het met mij oneens zijn’. Hierbij ontbreekt een argument. Tot slot: het onjuist beroep op autoriteit. Het argument beroept zich op een autoriteit, bijvoorbeeld de uitkomst van en onderzoek waarvan gezegd wordt dat hij hetzelfde standpunt heeft. Bijvoorbeeld: ‘die nieuwe film schijnt heel goed te zijn want koning Willem Alexander vindt het ook een hele goede film.’ Maar wat Koning Willem Alexander vindt hoef jij niet te vinden. Je hebt nog veel meer soorten drogredenen, zoals het jij-ook-argument, beroep op traditie en stok achter de deur. Maar nu de belangrijkste drogredenen zijn behandeld moet je maar eens opletten hoeveel je er herkent als je met iemand discussieert. Wijs de ander direct op de foute argumentatie. Wedden dat jij de discussie wint?