Er is een fout opgetreden, probeer het later nog eens.

De NPO app

Download

Vrijdagpreek (arabisch) 9 maart

15 mei 2013 13:28

• NIO •

In naam van God, de Barmhartige, de Genadevolle. Allah de Genadevolle en Verhevene zegt: "Voorzeker, deze Koran voert tot datgene wat juist is; en geeft aan gelovigen die goede werken verrichten de blijde tijding, dat zij een grote beloning zullen ontvangen." Over de profeet zegt Allah: "En Wij hebben u (Mohamed) slechts als genade voor de werelden gezonden". Aan de hand van deze verzen durf ik te zeggen dat degenen die negatief over de koran praten, helemaal niets van dit boek weten of ze hebben bijbedoelingen. Tegen deze groep mensen, moslims en niet-moslims, zeg ik het volgende: wees gerust, je hoeft niets van de koran te vrezen. Deze koran die jullie haten is een bron van trots voor mensen, hij is geopenbaard aan de profeet Mohamed, vrede zij met hem, die tot de islam en vrede heeft opgeroepen. De boodschapper van Allah kon op basis van de koran een staat stichten in een traditionele stammensamenleving waarin geweld en bloedvergieten een heersend karakter hadden. Door middel van de openbaring kon de profeet rust en vrede afdwingen in het Arabische schiereiland en later in de rest van de wereld. (En Wij hebben u (Mohamed) slechts als genade voor de werelden gezonden.) Hij is een profeet die op grond van de koran heeft opgeroepen tot genade voor de mens: mannen, vrouwen, kinderen, ouderen, wezen, weduwen en mensen van de andere godsdiensten. Er is geen bewijs dat de profeet ooit opdracht gaf tot het doden van een mens, man of vrouw en van welke godsdienst dan ook. Hij instrueerde zijn aanhangers om aardig te zijn voor hun medemens, moslim of niet moslim. Toen hij Mekka veilig met zijn aanhang had bereikt, heeft hij geen wraak genomen op degenen die hem hadden verdreven. Integendeel, hij sprak de volgende woorden uit: "Iedereen die zich in een moskee bevindt is veilig, iedereen die thuis is, is veilig en iedereen die het huis van Aboe Soefyan binnen is gegaan, is veilig. De profeet wilde niemand beledigen of kleineren, hij wilde aan de bewoners van Mekka laten zien dat hij niet terug is gekomen om wraak te nemen. Hij wilde rechtvaardigheid en vrede laten heersen, in plaats van geweld. De boodschap van de profeet was voor iedereen duidelijk en helder: vrede tussen mensen en Allah aanbidden. Tegen de bewoners van Mekka en tegen hun leider Aboe Soefyan zei hij: "wees gerust, ik ben niet teruggekomen om wraak te nemen op wie dan ook of om het leiderschap van Aboe Soefyan over te nemen. Ik ben hier voor vrede en rechtvaardigend. De geschiedenis bewaart nog steeds de bekende uitspraak van de profeet: "Weten jullie wat ik met jullie ga doen? Zij zeiden: U bent barmhartig en gastvrij, U bent de zoon van een barmhartige broeder. De profeet zei vervolgens: gaat uw gang, u bent vrij". De profeet was een oprechte persoon, integer en eerlijk, om deze eigenschapen stond hij zelfs bij niet-moslims bekend. Ooit trok een groep aanhangers van de profeet naar Al Habasha (Ethiopië). Ze werden daar verwelkomd door koning Nadjashi, die zelf nog christen was. De aanhangers mochten in dat land in vrede leven, ze mochten ook hun religie in alle vrijheid beoefenen. Toen Quraysh erachter kwam werd men woedend, zij wilden de aanhangers terugsturen naar Mekka waar ze vernederd moesten worden. Quraysh stuurde daarom twee bekende strijders, Amroe Ibnoe Laas en Omar Ibnoe Rabia, naar de koning Nadjashi van Al Habasha. De twee stonden voor de koning en zeiden: majesteit, wij hebben vernomen dat sommige ondeugende jongens van ons onderdak in uw koninkrijk hebben gekregen. Zij hebben een vreemde religie waarvan wij en u niets weten. Nu horen ze noch bij ons, noch bij u. Wij zijn daarom gestuurd door de adelaars van hun stam om ze terug te sturen. Koning Nadjashi keek naar zijn adviseurs om hen om raad te vragen. De adviseurs adviseerden hem vervolgens de groep moslims terug te sturen naar hun eigen land. Maar de koning was sceptisch over het verhaal van de twee afgevaardigden. Hij heeft besloten om deze moslims niet uit te leveren voordat hij hun verhaal had gehoord. Oem Salma verhaalt dat koning Nadjashi de groep moslims voor een gesprek uitgenodigde. Namens hen voerde Jaafar Ibn Abi Taleb het woord. De koning vroeg: wat is dat voor geloof dat jullie hebben gekozen in plaats van het geloof van uw voorouders en mijn geloof? Jaafar beantwoorde: O majesteit, wij leefden in onwetendheid en wij aanbaden idolen, wij beroofden elkaar en wij vermoorden elkaar...etc. Het ging zo door totdat Allah aan ons een boodschapper heeft gestuurd. De boodschapper heeft ons gebracht tot het geloof in alleen Allah, dus zonder andere verzonnen goden. Hij heeft ons geïnstrueerd om trouw aan Allah en aan elkaar te zijn, om eerlijk en integer te zijn en om genadig en tolerant ten opzichte van de zwakkeren te zijn. De profeet heeft ons het eten van kadavers verboden, hij heeft ons gevraagd om vrouwen goed te behandelen en van de eigendommen van wezen af te blijven. De boodschapper van Allah beviel ons om te bidden, te vasten, aalmoezen te geven en ons fatsoenlijk tegenover de medemens te gedragen. Van ons volk mogen wij in deze religie niet geloven, zij wilden dat wij trouw bleven aan het polytheïsme. Daarom hebben ze ons onderdrukt en gemarteld. Als gevolg daarvan vertrokken wij op zoek naar vrede. Wij hebben onze toevlucht bij gezocht en wij hopen dat wij niet onderdrukt worden in uw koninkrijk. Oem Salama verhaalt: De koning keek Jaafar aan en vroeg: kun je iets van jullie religie citeren? Jaafar las een vers van Soera Maryam voor: "Kaaf, Haa, Jaa, 'Ain, Saad. Dit is een vermelding van de barmhartigheid van uw Heer, betoond aan Zijn dienaar, Zacharia. Toen hij zijn Heer in het verborgene aanriep, sprak hij: "Mijn Heer, het gebeente in mij is zwak geworden en mijn hoofd glanst met grijze haren, niettemin ben ik niet wanhopig, mijn Heer, bij mijn aanroep tot U". Oem Salama: " Toen barstte koning Nadjashi in tranen uit en huilde tot dat zijn baard helemaal nat was en vervolgens zei hij: "deze openbaring van uw profeet en die van Jezus afkomstig zijn van dezelfde Bron". De koning beviel Amroe Ibnoe Laas en Omar Ibnoe Rabia te vertrekken met de boodschap: "van mij krijgen jullie deze mensen niet"." Hierbij willen wij even stil staan en ons afvragen: roepen de koran en de profeet niet op tot rechtvaardigheid wanneer er sprake is van rechtvaardigheid bij de andere partij? Zie dan het verhaal van koning Nadjashi, hoe rechtvaardig hij was ondanks zijn macht. De grandeur van de koran en de profeet wordt zelfs door sommige westerse filosofen erkend. De Ierse Bernard Chu zei: " Als de wereld een hervormer als Mohamed krijgt, dan worden alle problemen in minder dan een koffiepauze opgelost". Hij was inderdaad een profeet, een opvoeder en een hervormer.

In naam van God, de Barmhartige, de Genadevolle. Allah de Genadevolle en Verhevene zegt: "Voorzeker, deze Koran voert tot datgene wat juist is; en geeft aan gelovigen die goede werken verrichten de blijde tijding, dat zij een grote beloning zullen ontvangen." Over de profeet zegt Allah: "En Wij hebben u (Mohamed) slechts als genade voor de werelden gezonden". Aan de hand van deze verzen durf ik te zeggen dat degenen die negatief over de koran praten, helemaal niets van dit boek weten of ze hebben bijbedoelingen. Tegen deze groep mensen, moslims en niet-moslims, zeg ik het volgende: wees gerust, je hoeft niets van de koran te vrezen. Deze koran die jullie haten is een bron van trots voor mensen, hij is geopenbaard aan de profeet Mohamed, vrede zij met hem, die tot de islam en vrede heeft opgeroepen. De boodschapper van Allah kon op basis van de koran een staat stichten in een traditionele stammensamenleving waarin geweld en bloedvergieten een heersend karakter hadden. Door middel van de openbaring kon de profeet rust en vrede afdwingen in het Arabische schiereiland en later in de rest van de wereld. (En Wij hebben u (Mohamed) slechts als genade voor de werelden gezonden.) Hij is een profeet die op grond van de koran heeft opgeroepen tot genade voor de mens: mannen, vrouwen, kinderen, ouderen, wezen, weduwen en mensen van de andere godsdiensten. Er is geen bewijs dat de profeet ooit opdracht gaf tot het doden van een mens, man of vrouw en van welke godsdienst dan ook. Hij instrueerde zijn aanhangers om aardig te zijn voor hun medemens, moslim of niet moslim. Toen hij Mekka veilig met zijn aanhang had bereikt, heeft hij geen wraak genomen op degenen die hem hadden verdreven. Integendeel, hij sprak de volgende woorden uit: "Iedereen die zich in een moskee bevindt is veilig, iedereen die thuis is, is veilig en iedereen die het huis van Aboe Soefyan binnen is gegaan, is veilig. De profeet wilde niemand beledigen of kleineren, hij wilde aan de bewoners van Mekka laten zien dat hij niet terug is gekomen om wraak te nemen. Hij wilde rechtvaardigheid en vrede laten heersen, in plaats van geweld. De boodschap van de profeet was voor iedereen duidelijk en helder: vrede tussen mensen en Allah aanbidden. Tegen de bewoners van Mekka en tegen hun leider Aboe Soefyan zei hij: "wees gerust, ik ben niet teruggekomen om wraak te nemen op wie dan ook of om het leiderschap van Aboe Soefyan over te nemen. Ik ben hier voor vrede en rechtvaardigend. De geschiedenis bewaart nog steeds de bekende uitspraak van de profeet: "Weten jullie wat ik met jullie ga doen? Zij zeiden: U bent barmhartig en gastvrij, U bent de zoon van een barmhartige broeder. De profeet zei vervolgens: gaat uw gang, u bent vrij". De profeet was een oprechte persoon, integer en eerlijk, om deze eigenschapen stond hij zelfs bij niet-moslims bekend. Ooit trok een groep aanhangers van de profeet naar Al Habasha (Ethiopië). Ze werden daar verwelkomd door koning Nadjashi, die zelf nog christen was. De aanhangers mochten in dat land in vrede leven, ze mochten ook hun religie in alle vrijheid beoefenen. Toen Quraysh erachter kwam werd men woedend, zij wilden de aanhangers terugsturen naar Mekka waar ze vernederd moesten worden. Quraysh stuurde daarom twee bekende strijders, Amroe Ibnoe Laas en Omar Ibnoe Rabia, naar de koning Nadjashi van Al Habasha. De twee stonden voor de koning en zeiden: majesteit, wij hebben vernomen dat sommige ondeugende jongens van ons onderdak in uw koninkrijk hebben gekregen. Zij hebben een vreemde religie waarvan wij en u niets weten. Nu horen ze noch bij ons, noch bij u. Wij zijn daarom gestuurd door de adelaars van hun stam om ze terug te sturen. Koning Nadjashi keek naar zijn adviseurs om hen om raad te vragen. De adviseurs adviseerden hem vervolgens de groep moslims terug te sturen naar hun eigen land. Maar de koning was sceptisch over het verhaal van de twee afgevaardigden. Hij heeft besloten om deze moslims niet uit te leveren voordat hij hun verhaal had gehoord. Oem Salma verhaalt dat koning Nadjashi de groep moslims voor een gesprek uitgenodigde. Namens hen voerde Jaafar Ibn Abi Taleb het woord. De koning vroeg: wat is dat voor geloof dat jullie hebben gekozen in plaats van het geloof van uw voorouders en mijn geloof? Jaafar beantwoorde: O majesteit, wij leefden in onwetendheid en wij aanbaden idolen, wij beroofden elkaar en wij vermoorden elkaar...etc. Het ging zo door totdat Allah aan ons een boodschapper heeft gestuurd. De boodschapper heeft ons gebracht tot het geloof in alleen Allah, dus zonder andere verzonnen goden. Hij heeft ons geïnstrueerd om trouw aan Allah en aan elkaar te zijn, om eerlijk en integer te zijn en om genadig en tolerant ten opzichte van de zwakkeren te zijn. De profeet heeft ons het eten van kadavers verboden, hij heeft ons gevraagd om vrouwen goed te behandelen en van de eigendommen van wezen af te blijven. De boodschapper van Allah beviel ons om te bidden, te vasten, aalmoezen te geven en ons fatsoenlijk tegenover de medemens te gedragen. Van ons volk mogen wij in deze religie niet geloven, zij wilden dat wij trouw bleven aan het polytheïsme. Daarom hebben ze ons onderdrukt en gemarteld. Als gevolg daarvan vertrokken wij op zoek naar vrede. Wij hebben onze toevlucht bij gezocht en wij hopen dat wij niet onderdrukt worden in uw koninkrijk. Oem Salama verhaalt: De koning keek Jaafar aan en vroeg: kun je iets van jullie religie citeren? Jaafar las een vers van Soera Maryam voor: "Kaaf, Haa, Jaa, 'Ain, Saad. Dit is een vermelding van de barmhartigheid van uw Heer, betoond aan Zijn dienaar, Zacharia. Toen hij zijn Heer in het verborgene aanriep, sprak hij: "Mijn Heer, het gebeente in mij is zwak geworden en mijn hoofd glanst met grijze haren, niettemin ben ik niet wanhopig, mijn Heer, bij mijn aanroep tot U". Oem Salama: " Toen barstte koning Nadjashi in tranen uit en huilde tot dat zijn baard helemaal nat was en vervolgens zei hij: "deze openbaring van uw profeet en die van Jezus afkomstig zijn van dezelfde Bron". De koning beviel Amroe Ibnoe Laas en Omar Ibnoe Rabia te vertrekken met de boodschap: "van mij krijgen jullie deze mensen niet"." Hierbij willen wij even stil staan en ons afvragen: roepen de koran en de profeet niet op tot rechtvaardigheid wanneer er sprake is van rechtvaardigheid bij de andere partij? Zie dan het verhaal van koning Nadjashi, hoe rechtvaardig hij was ondanks zijn macht. De grandeur van de koran en de profeet wordt zelfs door sommige westerse filosofen erkend. De Ierse Bernard Chu zei: " Als de wereld een hervormer als Mohamed krijgt, dan worden alle problemen in minder dan een koffiepauze opgelost". Hij was inderdaad een profeet, een opvoeder en een hervormer.