Er is een fout opgetreden, probeer het later nog eens.

De NPO app

Download

Marga Minco en Abel Herzberg

11 jun 2014 22:00

NTR • 4 min

Als er in 1945 een einde komt aan de Tweede Wereldoorlog, komen de verhalen los. Marga Minco en Abel Herzberg schrijven over hun persoonlijke ervaringen: ter verwerking van hun leed en om wereldkundig te maken hoe gruwelijk deze oorlog was.

In de roes van de Bevrijding kwamen de verhalen van de mensen die aan de goede kant hadden gestaan, over de ontberingen en de honger die waren geleden, over de strijd die was geleverd en het verzet dat met kleine en grote successen de Duitse bezetter had proberen te ontregelen. Het leverde een enorme stroom boeken op. En dan waren er de berichten over de gruwelen die zich in de Duitse concentratiekampen hadden afgespeeld. De miljoenen mensen die er waren mishandeld en vermoord. Abel Hertzberg was overlevende van het Vernietigingskamp Bergen-Belsen in Duitsland. Hij was één van degenen die kort na de oorlog kon vertellen hoe de Duitse vernietigingsmachine er van binnen uit had gezien. Hij schreef stukken voor de Groene Amsterdammer die in 1946 gebundeld werden in Amor Fati. Een paar jaar later publiceerde hij zijn dagboek uit Bergen-Belsen in Tweestromenland. In 1960 schreef Herzberg Kroniek Van De Jodenvervolging waarin hij 15 jaar na de Bevrijding de nuchtere balans opmaakt van de verwerking van het oorlogsleed. Het heeft medelijden opgewekt, maar medelijden betekent niet dat men tot de lijdenden behoort. Het betekent juist dat men er niet toe behoort. Daarom gaat het ook zo snel voorbij. Daarom heeft het niets met sympathie te maken. Het ongeloof en cynisme van degenen die de gruwelen zelf niet hadden meegemaakt moet soms bikkelhard zijn geweest. Herzberg beschreef hoe dat in zijn werk ging. Als een Jood in de rij stond om bonnen te halen, hoorde hij regelmatig de één tot de ander zeggen “ze dringen zich toch altijd weer voor hè”. “Ja, de besten zijn niet teruggekeerd”. Toch moesten de verhalen eruit. Velen kwamen pas na lang aarzelen met hun relaas. Zoals Marga Minco die het laatste van de oorlog op het platteland ondergedoken had gezeten. Ja, ik was zodanig bij deze stof betrokken, dat ik er eerst 10 jaar voor nodig had om erover te kunnen schrijven. Ik zocht naar een zo volledig mogelijke objectivering, ik wilde een verhaal schrijven over een doorsnee Joodse familie en baseerde me daarbij op het lot van mijn eigen familie, ik heb me toch voornamelijk aan de feiten gehouden. Per slot heb ik het niet voor niets een kroniek genoemd. Ik heb vanavond kippensoep. Ik haal het wel. Ik haal de jassen wel. Nee, wacht. Minco noemde Het Bittere Kruid een kleine kroniek. Een heel klein onderdeel van die enorme menselijke tragedie die nog altijd onbevattelijk is omdat die door mensen van vlees en bloed was uitgedacht en in gang gezet. Heb je ooit kunnen voorzien wat er allemaal rondom dat boekje van jou zou gaan gebeuren? Want dat is toch wel formidabel. Nee, eerlijk gezegd niet, ik had gedacht dat het alleen maar door een handjevol mensen gelezen zou worden. Ze overleefde, maar de Bevrijding, de nieuwe tijd die aanbrak, was voor haar geen feest. Ik wachtte nog lang. Ze zouden nooit meer terugkomen. Mijn vader niet, mijn moeder niet en ook David en Lottie niet.