Er is een fout opgetreden, probeer het later nog eens.

De NPO app

Download

Het is geen schoolreisje

15 mei 2013 11:22

• NCRV •

Het eerste deel van documentaire tweeluik over de families Sanders en Van Rossum, wier zoons Bart Sanders en Thijs van Rossum zijn uitgezonden op vredesmissie naar het Nederlandse legerkamp Camp Smitty in Zuid-Irak.

In het documentaire tweeluik "Onze jongens" volgt regisseur Thom Verheul het thuisfront van twee jonge Nederlandse Irak soldaten ten tijde van hun uitzending: De familie Sanders uit Soest en de familie van Rossum uit Baarn. Bart, de zoon de van familie Sanders, maakt als soldaat vier maanden lang deel uit van de Quick Reaction Force (QRF); zijn eenheid wordt ingezet als andere soldaten in de problemen komen en na schietpartijen. Thijs Van Rossum is als hospik verantwoordelijk voor de verzorging van gewonden. Zowel op de medische post als tijdens patrouilles. Aanvankelijk gingen de ouders en de jongens uit van een relatief veilige humanitaire missie in Al Muthanna. Dat beeld veranderde radicaal toen het eerste Nederlandse slachtoffer van de missie SFIR 4 viel. Vlak voor dit incident was Bart zelf gewond geraakt toen zijn jeep over de kop sloeg. Het eigenlijke humanitaire werk komt steeds meer op het tweede plan. De Nederlandse vredessoldaten worden steeds vaker ingezet bij incidenten op straat. In Nederland leven de ouders tussen hoop en vrees. Komen hun zonen wel levend terug? En als ze straks terugkomen, kunnen ze dan nog aarden? Via e-mail en MSN hebben de ouders contact met hun zonen, maar de jongens mogen van Defensie weinig loslaten over hun werk en de situatie in Irak. Als de Amerikanen de aanval op Fallujah beginnen, wordt de druk op het thuisfront steeds groter. Dagelijks vinden er in heel Irak aanslagen en explosies plaats, gericht tegen de militairen. De onzekerheid legt een grote druk op de families. Ondanks twijfels aan de zin van de missie proberen zij hun jongens te blijven steunen. Als Thijs en Bart weer terug zijn in Nederland blijkt hoe verschillend ouders en jongens de oorlog hebben beleefd. Volgens de jongens waren de risico's groter dan het thuisfront dacht, maar gingen zij daar als militairen 'professioneel' mee om. Het waren geen jongens meer die in een oorlogsgebied zaten, maar getrainde militaire professionals.