Er is een fout opgetreden, probeer het later nog eens.

De NPO Start-app

Download

“Zo kan ik geen koning zijn”

17 mrt 2014 23:00

NTR • 2 min

Koning Willem III stond niet achter de grondwet die zijn vader in 1848 had ingevoerd. Hij wilde zelfs afstand doen van de troon.

Zo Dick, ik heb het uitgezocht. Een lito uit 1849. Namelijk de inhuldiging van koning Willem III. De nieuwe kerk Amsterdam 12 mei 1849. Ja prachtig. Even kijken of je de mensen ook kunt herkennen. Dat zou ik niet weten hoor. Je herkent sowieso de koning zelf goed. Hij heeft toch weer die baard. En natuurlijk hier ook heel belangrijk de credenstafel waarop de attributen staan. Dus de kroon ligt daarop, de grondwet ligt daarop en de Rijksappel. Dat zijn de 3 attributen die ook in april in de nieuwe kerk hebben gelegen toen Willem Alexander werd ingehuldigd. Dit is een exemplaar van het Staatsblad van Koninkrijk der Nederlanden. Dit is de grondwet 1849. Als er nou iets is waar Willem III zijn leven door bepaald is, is het door dit ding. Hier staan de wijzigingen in die Thorbecke heeft aangebracht en die de beperking van de macht van de koning bezegelde. 1848 is het rampjaar, het persoonlijke rampjaar, van Willem III. Ja absoluut, dat kun je wel zeggen. Toen hij hoorde dat Thorbecke met die grondwet bezig was en toen die wijzigingen in handen kreeg toen zei hij 'Ja dat doe ik niet'. Hij schreef toen aan zijn vader dat hij wilde afzien van de kroon. 'Zo kan ik geen koning zijn'. Dat kon natuurlijk niet. Zijn vader heeft toen op hem ingepraat, op hem ingeschreven. Dat zijn documenten die allemaal bewaard zijn gebleven. Dat is natuurlijk prachtig. Je ziet die strijd tussen die 2. Over het algemeen hadden Willem II en Willem III een redelijke verstandhouding. Veel beter dan Willem I en Willem II. Maar daar bij die grondwet ging het mis. Willem II was toch wel de man van de grondwet en iets waar hij uiteindelijk in geloofde. Willem III heeft daar nooit in geloofd. De rest van zijn leven, en dat betekent 40 jaar koningschap, stond in het teken van strijd tegen de grondwet. Het verhaal is dus dat Thorbecke iets wilde laten ondertekenen, Willem III las het en die zei 'Dat teken ik niet'. En hij smeet de pen in de hoek. En toen zei Thorbecke 'Daar had ik op gerekend sire' en hij haalde een nieuwe pen tevoorschijn en toen heeft Willem III wel degelijk getekend.