Er is een fout opgetreden, probeer het later nog eens.

De NPO app

Download

Andere Tijden, 13 nov. 2014

13 nov 2014 14:29

NTRVPRO • 2 min

Sjimmie van Sjors voldeed aan een aantal stereotypen. De stripboeken over het duo waren erg populair onder de jeugd. Ook de kinderen van Henk van der Linden, regisseur van kinderfilms bij Rex Films, waren dol op Sjors en Sjimmie. Van der Linden maakte daarom in 1955 een film over beide jongetjes, gebaseerd op de strip van Frans Piët. Hij moest op zoek naar een donker kind dat de rol van Sjimmie zou kunnen spelen. Dat was nog niet zo makkelijk. Van der Linden: “Echt een negerjongetje, die was er gewoon niet in Nederland. Die keek je na, dat was iets bijzonders. Hoe moest ik aan zo’n donkerkleurig jongetje komen?” Van der Linden trok langs Molukse woonoorden en vond tenslotte in een kindertehuis in Hoensbroek een geschikt Indonesisch jongetje van 10 jaar oud: Willem Marwa. Zijn moeder was overleden en zijn vader was één van de vele oud-KNIL'ers die "tijdelijk" naar Nederland waren verscheept. Willem Marwa, inmiddels 71, herinnert het zich nog goed. Hij hoefde niet zwart geschminkt, hij was sowieso al donkerder dan Sjors. Bovendien was het zwart-wit film. In de scène van de film Sjors van de rebellenclub (1955), waar Sjimmie Sjors voor het eerst ontmoet, zegt Sjors: “Hé, jij hoeft je gelukkig niet te wassen!” En Marwa antwoordt in de rol van Sjimmie: ”Nee, dat denk ik niet help.”

Sjimmie van Sjors voldeed aan een aantal stereotypen. De stripboeken over het duo waren erg populair onder de jeugd. Ook de kinderen van Henk van der Linden, regisseur van kinderfilms bij Rex Films, waren dol op Sjors en Sjimmie. Van der Linden maakte daarom in 1955 een film over beide jongetjes, gebaseerd op de strip van Frans Piët. Hij moest op zoek naar een donker kind dat de rol van Sjimmie zou kunnen spelen. Dat was nog niet zo makkelijk. Van der Linden: “Echt een negerjongetje, die was er gewoon niet in Nederland. Die keek je na, dat was iets bijzonders. Hoe moest ik aan zo’n donkerkleurig jongetje komen?” Van der Linden trok langs Molukse woonoorden en vond tenslotte in een kindertehuis in Hoensbroek een geschikt Indonesisch jongetje van 10 jaar oud: Willem Marwa. Zijn moeder was overleden en zijn vader was één van de vele oud-KNIL'ers die "tijdelijk" naar Nederland waren verscheept. Willem Marwa, inmiddels 71, herinnert het zich nog goed. Hij hoefde niet zwart geschminkt, hij was sowieso al donkerder dan Sjors. Bovendien was het zwart-wit film. In de scène van de film Sjors van de rebellenclub (1955), waar Sjimmie Sjors voor het eerst ontmoet, zegt Sjors: “Hé, jij hoeft je gelukkig niet te wassen!” En Marwa antwoordt in de rol van Sjimmie: ”Nee, dat denk ik niet help.”