Er is een fout opgetreden, probeer het later nog eens.

De NPO app

Download

Een grote roofvogel in het bos

20 mrt 2014 23:00

NTR • 5 min

De steenarend is een echte familievogel. De arend voedt zijn jongen op tot zelfstandige vogels. Als ze groot zijn vliegen ze uit om hun eigen gezin te beginnen.

De lente is in aantocht op het noordelijk halfrond. Vader steenarend loopt zich uit te sloven voor zijn vrouw. Ze wonen hier het hele jaar. Alleen als het heel erg koud is in de winter, vliegen ze naar het zuiden, waar ze en tijdje blijven. Maar als ze terugkomen in het voorjaar, gaan ze altijd weer naar hetzelfde nest. Om te laten zien aan zijn vrouw dat hij nog hartstikke fit is, maakt vader steenarend allerlei duikvluchten in de lucht. Als beloning voor zijn uitsloverij mag hij met haar paren. Het nest van de steenarend zit veilig hoog in de boom. Het is heel stevig gemaakt van taken, planten en wortels. De binnenkant is lekker zacht bekleed met mos. De steenarend wordt ook wel goudarend genoemd vanwege zijn mooie gouden veren in z’n nek. Aan z’n poten heeft hij enorme klauwen waarmee hij prooien van wel drieënhalve kilo kan tillen. Het vrouwtje legt twee eieren. Na ongeveer 45 dagen komen de eieren uit en liggen er een paar donzige witte kuikens in het nest. Nu moeten vader en moeder aan het werk. Eten zoeken voor de kleintjes. Ze jagen op allerlei kleine zoogdieren zoals, konijnen, egels, vossen en eekhoorns. Maar ook op kleinere vogels en reptielen. Moeder scheurt kleine stukje vlees af die ze aan haar jongen geeft. De jongen groeien als kool en na een paar weken beginnen ze al aardig op hun ouders te lijken. Het wordt ook een beetje krap in het nest. Hoe groter ze worden, hoe meer de kleintjes willen eten. Vader en moeder hebben het er maar druk mee. Hele stukken vlees worden in het nest gedropt. Het begint tijd te worden dat de kinderen zelf hun eten gaan zoeken. Maar dan moeten ze wel eerst leren vliegen. Als ze ongeveer zeventig dagen oud zijn, beginnen ze met de eerste pogingen om uit te vliegen. Voordat arenden de lucht in gaan, werken ze hun veren nauwkeurig bij. Niet omdat ze er mooi uit willen zien, maar omdat het vliegen anders niet goed gaat. Alle veren moeten goed op volgorde liggen. Moeder laat nog één keer zien hoe het moet. En dan zal het er toch echt van moeten komen. Even oefenen, het is natuurlijk best eng zo’n eerste keer. Dat vindt moeder ook wel. Daar gaat ie, een beetje onwennig nog. Ja, en dan moet je ook nog weten hoe je moet landen op zo’n boomtop. Moeder is best tevreden en het jong heeft de smaak te pakken gekregen. Hij vliegt weg als een volwassen steenarend. Op weg om z’n eigen territorium te vestigen en te zoeken naar een partner om een eigen gezinnetje te stichten. Het leven kan beginnen!