Er is een fout opgetreden, probeer het later nog eens.

De NPO app

Download

Herman Kleibrink, 1957 (28 min. 43 sec.)

19 nov 2012 16:41

• VPRO • 28 min

Documentaire van de Leidse amateurfilmer Herman Kleibrink over de (voorbereidingen op) de bouw van de radiotelescoop in Dwingeloo. Met dank aan Astron, Nederlands instituut voor radioastronomie. Beschrijving: SHOTS: pan over het straatbeeld van Leiden, Pieterskerk, Sterrenwacht; animatie over de werking van radiostraling; Sterrenkundig Laboratorium Kapteyn in Groningen; Sterrenwacht Utrecht; KNMI in De Bilt; Natuurkundig Laboratorium van Philips in Eindhoven; PTT-gebouw Den Haag; oude Duitse radarinstallatie aan de kust; antenne van de radiotelescoop van Kootwijk Radio; animatie van het afstemmen van de golflengte; animatie van de spiraalvorm van het Melkwegstelsel; productie van de spiegel van de radiotelescoop bij Werkspoor Amsterdam; bouwplaats Dwingeloo; bouw van de radiotelescoop; landschap rondom de radiotelescoop; plaatsing van de verschillende onderdelen van de radiotelescoop; ingebruikstelling van de radiotelescoop door koningin Juliana, april 1956; elektronische panelen in de meetkamer onder de radiotelescoop; animatie van de radiostraling van een sterrenstelsel. Fragment uit een recensie over de film: "In enige getekende fragmenten wordt het wezen van de waterstofstraling uiteengezet, evenals de doorlaatbaarheid van de dampkring, het instellen op waterstofwolken, die op verschillende afstanden van de zon liggen, de spiraalstructuur van ons sterrenstelsel en het betere detail. In de waarnemingen met de nieuwe kijker. Men ziet, schematisch voorgesteld, is het waterstofatoom een om haar as draaiende kern. Rond dit bolletje draait, eveneens om zijn as, het elektron in tegengestelde richting. Door straling van nabije sterren neemt dit waterstofatoom extra energie op, met als gevolg, dat het elektron dezelfde omwenteling gaat maken als de kern. In deze nieuwe toestand heeft het waterstof extra energie gekregen, die het na verloop van gemiddeld elf miljoen jaren wil uitstralen om de normale toestand weer te bereiken, waarin het elektron weer in tegengestelde richting ten opzichte van de kern draait. De energie wordt uitgezonden in de vorm van radiostraling. De kans op zo'n uitzending is weliswaar zeer gering — gemiddeld eenmaal in elf miljoen jaar—maar het aantal waterstofatomen in de ruimte is zo groot, dat zij voortdurend straling in alle richtingen uitzenden. Een deel hiervan kan op aarde worden opgevangen, omdat de dampkring radiostralen doorlaat tussen 1 cm en 30 meter golflengte. De theorie van student Van de Hulst — inmiddels hoogleraar in de sterrenkunde te Leiden — bleef na de bevrijding de gemoederen bezig houden. Prof. Oort betrok ook de Sterrenwachten van Utrecht en Groningen, het K.N.M.I. te De Bilt, het Natuurkundige Laboratorium van Philips en de P.T.T. in het plan om de waarnemingen van deze straling mogelijk te maken. Ir. de Voogt van de P.T.T. bracht prof. Oort op het idee, één van de door de Duitsers langs de kust achtergelaten radarinstallaties voor dit onderzoek bruikbaar te maken. In 1950 verrees bij het zendstation Kootwijk een holle spiegel van aluminiumgaas, waarmee de zwakke stralen konden worden opgevangen. De mogelijkheden met het geïmproviseerde apparaat waren echter beperkt, reden waarom de inmiddels opgerichte stichting Radiostraling van Zon- en Melkweg een subsidie ontving van Z.W.O. voor de bouw van een geheel nieuwe radiotelescoop. De film volgt de bouw van het apparaat bij Werkspoor. Men ziet hoe de grote spiegel — met een middellijn van 25 meter — wordt vervaardigd uit gaas, dat in vloeibaar tin Is ondergedompeld om elektrische storingen te vermijden, en hoe het apparaat — met een totaalgewicht van honderd ton — bij Dwingeloo wordt gemonteerd. De keuze was op het prachtige natuurreservaat bij deze gemeente gevallen omdat de spiegel ver van fabrieken en huizen moest worden opgesteld, eveneens ver van elektrische storingen van zenders, treinen, auto's en bromfietsen. Aanvankelijk moest bij de bevolking wel enige tegenstand overwonnen worden, maar hun bezwaren zijn verkeerd in vreugde, omdat de radiotelescoop het natuurreservaat ook in de toekomst vrijwaart van bebouwing en industrialisatie. De uit gaas vervaardigde spiegel kaatst vrijwel volledig de opgevangen 21 cm. straling terug, die in het brandpunt door een antenne wordt opgevangen. De aldus opgevangen — overigens zeer zwakke — signalen worden na versterking en menging op een schrijvende voltmeter gebracht, die de hoeveelheid straling en de snelheid van een waterstofwolk in het sterrenstelsel registreert. Duidelijk komt in de film en de begeleidende commentaar tot uiting, dat met de radiotelescoop in Dwingeloo zuiver wetenschappelijk onderzoek verricht wordt, dat geen directe praktische betekenis heeft, maar slechts de wetenschappelijke nieuwsgierigheid bevredigt naar het hoe en waarom in de ruimte, waarin wij leven. Deze weetgierigheid leeft ook in niet-wetenschappelijke kringen; speciaal voor deze belangstellenden heeft Herman Kleibrink — op verzoek van de Stichting — zijn speelse fantasie op de radiotelescoop gericht. De film wordt regelmatig vertoond op middelbare scholen, studieclubs van bedrijven, volksuniversiteiten e.d. en heeft ook in het buitenland reeds de aandacht getrokken, o.a. in Amerika, terwijl er in Canada een televisie-uitzending aan gewijd is. Het werk is opgenomen in de filmothekeek van de Rijks Voorlichtings Dienst en het Technisch Film Centrum, beide gevestigd te 's Gravenhage."