Alles
Het Marathoninterview. Verhalen die dichterbij komen dan de waan van de dag ons meestal toelaat.nl
"Als ik nou echt guts zou hebben, dan liet ik alles achter en begon ik een duikschool in Egypte." Zo omschreef onze gast van vanavond in een interview zijn toekomstdroom, nu hij na 38 jaar afscheid heeft genomen van de strijdkrachten. Generaal buiten dienst Dick Berlijn. Afgelopen april trad hij af als Commandant der Strijdkrachten, de functie die nu in handen is van generaal Peter van Uhm. Dick Berlijn werd in 1950 geboren in Amsterdam. Hij wordt als eerste zoon geboren in een militair gezin, want ook vader Dick Berlijn senior was generaal bij de Koninklijke luchtmacht. Na het behalen van zijn HBS-A-diploma, wilde hij graag de burgerluchtvaart in, maar ging uiteindelijk naar de Militaire Academie in Breda, waar hij zijn fascinatie voor het vliegen ook kwijt kon. Daar begon onbedoeld zijn 38-jarige militaire carrière. In 2000 bereikte hij de hoogste positie bij de luchtmacht, bevelhebber der Luchtstrijdkrachten, en van 2004 tot 2008 werd hij de hoogste defensieman - eerst als Chef defensiestaf, toen, sinds 2005, als Commandant der Strijdkrachten, een nieuw omschreven functie. Onder zijn leiderschap kwam de missie in Uruzgan tot stand en hij maakte de meest roerige Defensietijden mee sinds de val van Srebrenica. De missie in Uruzgan, met als doel het versterken van de legitieme rechtsorde in Afghanistan, wordt door steeds minder mensen in Nederland als een zinvolle en succesvolle missie gezien – en ongetwijfeld is dat een belangrijk gespreksonderwerp vanavond. Net als de balans die Berlijn moest zien te vinden tussen de politieke wens tot vredesmissies en de wensen van de organisatie die te lijden had van bezuinigingen die maar door gingen. En dat terwijl Berlijn wel een enthousiast bepleiter is van de aanschaf van de nieuwe gevechtsvliegtuigen, de Joint Strike Fighter als vervanger van de F 16’s. ----------------------------------------------- Samenvatting eerste uur: Om te beginnen verkeerden ze in Kamp Holland in Uruzgan, maar dan via de theatervoorstelling Kamp Holland van Orkater. Interviewer Ger Jochems en Berlijn hebben die voorstelling ter voorbereiding op dit gesprek bekeken. Berlijn had er met bewondering naar gekeken – het klopte, het taalgebruik, de manier waarop soldaten met elkaar omgaan, de humor, het met spanningen omgaan, het opladen voor ze de poort uitgaan, de cultuurverschillen tussen mensen die binnen blijven en de poort uitgaan – met alle risico’s daarvan, bermbommen, de dood. 'Hevig' was zijn eerste reactie dan ook. Hij denkt dat de veteranen die bij iedere voorstelling in de zaal zitten dat ook doen uit behoefte aan begrip voor hun ervaringen – want dat begrip krijgen ze niet in overmaat als ze terugkomen in Nederland, en dat is frustrerend. Hij zou willen dat de samenleving nog méér achter de missie staat dan nu gebeurt, want het maatschappelijk draagvlak is gezakt tot nog minder dan 30 procent. Hij merkt vaak als hij lezingen geeft dat mensen zo weinig weten – je kan niet de brandweer op pad sturen om een huis te blussen en dan halverwege roepen dat het hier om een waardeloos huis gaat, dus dat je maar omdraait – nee, 126 kamerleden hebben ja tegen deze missie gezegd en leg dan uit waarom we er zijn. We zijn er op uitnodiging van het legitieme gezag en om het legitieme gezag te versterken. Daarom helpen we het Afghaanse leger en de politie opbouwen. Maar wie spreek je aan, wil Jochems weten. Minister van Defensie van Middelkoop dóet dat toch: achter de missie staan, nu het achttiende slachtoffer gevallen is. Wat mis je nou concreet? Hij is de laatste, zegt hij, die kritiek heeft op regering. Hij spreekt eigenlijk iedereen aan. Om te begrijpen dat we daar zijn om schending van mensenrechten te voorkomen en de internationale rechtsorde te garanderen - dat staat nota bene in onze grondwet. Het is een oproep, herhaalt hij nog eens, aan ons allen. Het is geen kritiek op de regering of de minister van defensie. Hij heeft nooit getwijfeld of de missie legitiem is en hij heeft ook nooit getwijfeld of de missie wel progressie maakt. Het is een lange-termijnproject. Een complex conflict, waar het vooral gaat om het wegwerken van de invloed van de talibaan en om de bevolking weerbaarder te maken, en om de mensenrechten en de internationale rechtsorde te handhaven. Realiseren we ons te weinig wat het kost om zo’n principieel besluit te nemen? is de vraag. Ja het kost heel veel, zegt hij, en als je niet doorgaat achter je eigen principiële beslissing te staan dan zeg je cynisch: we trekken ons niks aan van wat er in onze eigen grondwet staat. En hij hoopt op meer ontwikkelingssamenwerking en diplomatie in de naaste toekomst, zodat ook de bevolking in Uruzgan het profijt meer ziet – van onze Nederlandse aanwezigheid, of als wij er niet blijven na 2010, van de opvolgers. Want blijven moeten we. Samenvatting tweede uur: De fascinatie voor vliegen – daar ging het vooral om. Berlijns HBS-A opleiding was niet goed genoeg om KLM-piloot te worden. Toen werd het de KMA, en dat beviel hem. Heel veel sport, en militaire vorming. Characterbuilding – wat is solidariteit, wat is een team. Het besef dat je voor elkaar door het vuur moet gaan. Een boeiend aspect van defensie, noemt hij dat. In Canada leerde hij vliegen en zo werd hij F16-piloot. Vliegen, dat moet je écht willen – lang niet iedereen haalde het. Als vlieger moet je in staat zijn heel snel de gegevens die de instrumenten je geven om te zetten in overzicht. Je leert focussen, je leert met spanning om te gaan. Berlijns vader was ook vlieger, maar die was al uit actieve dienst toen Dick erin ging, en competitie heeft hij niet gevoeld met zijn vader. Jochems wilde weten of zijn vader in dienst gegaan was uit behoefte een familie te vinden? De vader was in Indië op zijn twaalfde alleen komen te staan, toen zijn vader daar overleed en zijn moeder, de actrice Sophie Stein, in Nederland aan haar carriere werkte. Nee, zegt Berlijn, ik geloof dat mijn vader een gelukkige jeugd heeft gehad, hij kwam bij zijn moeder Sophie in Nederland terecht en er waren famiieleden die bij de KMA zaten waardoor hij op het idee kwam. Dan ging het weer over vliegen – over het realistische trainen met de F16's bijvoorbeeld, het realistisch laag vliegen 10 meter boven de aarde – het was toen heel normaal dat er twee doden per jaar vielen, zo serieus werd het genomen en zo goed voorbereid ging men dan ook op missie toen het zover was: de eerste Nederlandse gevechtsvliegtuigen sinds Nieuw-Guinea dertig jaar daarvoor gingen naar Bosnië om Servische bommenwerpers uit het luchtruim te houden. Ze hebben één basis gebombardeerd – een bom laten vallen, dat voel, dat hoor je en dat ruik je. nl