Alles
Het Marathoninterview. Verhalen die dichterbij komen dan de waan van de dag ons meestal toelaat.nl
Saskia Stuiveling (1945) is sinds 1999 president van de Algemene Rekenkamer. Stuiveling begon haar bestuurlijke carrière in de jaren zeventig als medewerker van de Rotterdamse burgermeester André van der Louw. Zij was staatssecretaris van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Van Agt II. Ze leidde een parlementaire enquêtecommissie naar de RSV-affaire. In 1984 werd Stuiveling, opgeleid als juriste en bedrijfskundige, lid van de Algemene Rekenkamer, waar ze in 1999 president werd. Zelf zegt ze dat bescheidenheid haar tien jaar gekost heeft in haar carrière. Toch vervult zij al 12 jaar een van de hoogste bestuurlijke functies in Nederland. Clairy Polak is haar gesprekspartner. Het gesprek gebeurde op Radio1 in de avond van 27 december 2011. ------------------------------------- Inleiding en samenvattingen van het Marathoninterview met Saskia Stuiveling, President van de Algemene Rekenkamer. Al twaalf jaar is ze president van het oudste overheidsinstituut van ons land. Een positie waarin ze het huishoudboekje van de overheid goed in de gaten houdt. Een lange adem is hierbij haar handelsmerk en misschien wel belangrijkste wapen. Ze is een vrouw die een van de hoogste bestuurlijke functies vervult, maar zichzelf niet als een carrièrevrouw ziet. Saskia werd geboren op 3 mei 1945 in Hilversum. Ze was het vierde kind en als enige geboren na de oorlog. Haar vader was de vooraanstaand letterkundige Garmt Stuiveling en haar moeder was neerlandica. Zelf zegt ze dat ze in haar jeugd een beetje buiten het gezin opgroeide. Haar ouders vonden haar frivool. Zelf zegt ze juist altijd geloofd te hebben dat serieusheid en creativiteit goed samen gaan. Net als de meeste andere meisjes in Hilversum wou Saskia haar hele jeugd actrice woorden. Ze deed aan toneel en op haar veertiende recenseerde ze kinderboeken in een radioprogramma. Ook was ze een van de presentatoren van het eerste jongerenprogramma op televisie. Toch besloot ze in navolging van haar opa, die vicepresident van de rechtbank in Rotterdam was, rechten te gaan studeerden. Maar ook toen pionierde Saskia al. Na haar rechten studie, studeerde ze bedrijfskunde aan de Erasmus universiteit in Rotterdam, de eerste vrouw die er de studie volgde. Al tijdens haar studie bedrijfskunde, wist Saskia dat haar hart lag in de publieke sector, en niet in het bedrijfsleven. Na haar studie begon ze dan ook een adviesbureau voor non-profit instellingen. Haar bestuurlijke carrière begon ze in de jaren zeventig als medewerker van de Rotterdamse burgemeester André van der Louw. Waarna ze voor de PVDA in de eerste kamer kwam. Tijdens het kortstondige tweede kabinet Van Agt was zij staatssecretaris van Binnenlandse Zaken. In 1983 gaf ze leiding aan de staf van de parlementaire enquêtecommissie naar de RSV-affaire. In 1984 werd ze lid van de Algemene Rekenkamer en in 1999 werd ze er de president van. Van het instituut dat al eeuwen lang de financiën van de uitvoering van het beleid van de overheid controleert. Zelf zegt ze dat bescheidenheid haar tien jaar gekost heeft in haar carrière. Toch vervult zij al 12 jaar een van de hoogste bestuurlijke functies in Nederland. Maar praten over vrouwen aan de top doet ze liever niet. Inmiddels heeft ze geleerd het spel te spelen. En is het haar lange adem die de Rekenkamer de nodige successen opleverde. Ze is een wandelend institutioneel geheugen van een instituut dat zichzelf voortdurend opnieuw moet uitvinden. De komende uren: Saskia Stuiveling, over de Algemene Rekenkamer, over de problemen en uitdagingen van de financiële en economische crisis en over het leven van een carrièrevrouw, die zichzelf niet zo noemt. Haar gesprekspartner is Clairy Polak. SAMENVATTING EERSTE UUR Om te beginnen: een carrièrevrouw is zij niet! Carrièrevrouwen, die plànnen hun werkleven, die willen veel geld verdienen en die gaan niet de publieke sector in. Zij ging gewoon aan het werk zonder doel, en had nooit van te voren bedacht om deze positie te krijgen. Een doel stellen, dat is meteen in de essentie van het werk van de Rekenkamer. Die moet immers controleren of het door de politiek gestelde doel bereikt is - met andere woorden: als de politiek bedacht heeft een bepaald bedrag uit te geven aan een brug, dan controleert de Rekenkamer of het doel bereikt: is er een brug gekomen, waar mensen ook overheen kunnen, en wat heeft die gekost? Is het doel bereikt? Heeft de maatschappij gekregen wat de bedoeling was? Dat klinkt heel eenvoudig, maar is geweldig ingewikkeld. Want democratie is niet altijd efficiënt. Neem het onderzoek naar jeugddetentie, doel: dat jongeren geen criminele carriere hebben. ? jeugdinstellingen moeten ervoor zorgen dat jongeren niet in zelfde fout vallen. Maar het bleek dat men helemaal niet wist of dat lukte ? er waren geen controleerbare gegevens over. Dat was een schok, zelfs voor de Rekenkamer. Het rapport is overigens nog niet klaar, dus de uitkomst van dat onderzoek kan ze niet zeggen. Neem het innovatiebeleid - over hele linie weet je niet waar het geld toe geleid heeft. Dat wil zeggen: de Tweede Kamer kan dus niet controleren of het doel bereikt is omdat de transparantie van de gegevens ontbreekt. Dan doet de Rekenkamer een aanbeveling aan het ministerie hoe die transparantie, ook dankzij de nieuwe informatietechnologie, heel goed mogelijk is. Er moet er dan een omslag bij zo?n ministerie komen ? men moet het willen, er moet energie in gestopt worden, zelfs geld in deze tijden van bezuiniging ? nou ja, ze heeft al gezegd dat ze iemand van de lange lange adem is. Steeds maar weer die rapporten van de Rekenkamer die de doelmatigheid van van alles bekritiseren en aanbevelingen doen die vaak niet opgevolgd worden "Wordt de doelmatigheid van de Rekenkamer zelf onderzocht?" vraagt Clairy"Ja dat gebeurt wel, op deelrapporten", zegt Stuiveling, maar in de opmerking dat de Rekenkamer beperkte macht heeft, kan ze zich wel vinden. En ze benadrukt dat het voorzichtig opereren van de Rekenkamer meer effect heeft dan snoeiharde kritiek op ministeries ? want dan gaan ze op slot, en bereik je niks. Een succesje wil ze wel noemen: haar lange adem heeft ervoor gezorgd dat de jaarrekeningen, die nog niet zo lang geleden 7 jaar achterliepen en dus waardeloos waren, nu binnen een paar maanden beschikbaar zijn. Op een woensdag in mei, op gehaktdag, dan heeft Nederland zijn jaarrekening. |Een optimistische kijk, heeft deze president ? ze ziet deze tijd meer als een periode met kansen dan met risico?s. SAMENVATTING TWEEDE UUR Ook in dit uur ging het nog over de invloed van de Algemene Rekenkamer, zoals ook het uur daarvoor besproken werd. Een van onze luisteraars vroeg zich af wat de Rekenkamer eigenlijk van te voren kan doen. ?Nou niks?, is het antwoord, het beleid moet in uitvoering zijn, dán pas kan de Rekenkamer ook al tijdens het proces in onderzoek komen. Dus bijvoorbeeld het Persoonsgebonden Budget waar veel mensen zich zorgen over maken ? ja dat kan onderzocht worden, maar dat is nog niet besloten door het college van de Rekenkamer. Het college, dat de onderwerpen kiest, bestaat naast de president uit Kees Vendrik en Gerrit de Jong. Wél is al besloten dat het komend jaar fors wordt ingezet op onderzoek naar de AWBZ, waar immers grote veranderingen plaatshebben en waar de bedragen, tegen de bedoeling in, aan het oplopen zijn. Dan is het tijd voor haar persoonlijk leven: dat is begonnen in mei 1945, in de nacht dat Hilversum bevrijd werd, toen werd ze geboren. De spertijd was opgeheven, en vader Garmt kon weer door de nacht naar huis lopen vanaf het ziekenhuis. Zij herinnert zich haar ouders als streng en afwezig ? zowel haar vader als moeder waren de verloren oorlogsjaren aan het inhalen en zaten altijd achter hun bureau, te schrijven. Haar vader was vooraanstaand letterkundige, haar moeder was neerlandica, maar de boekenkasten waar het huis mee vol stond interesseerden Saskia niet. Zij haalt de antropologe Margaret Mead aan met haar theorie over het doorgeven van waarden via verticale en horizontale weg. In een periode na een grote ramp moeten de ouders de manier waarop zij de waarden verticaal, naar beneden toe, doorgeven weer helemaal opnieuw uitvinden. Terwijl kinderen dan voor de horizontale weg kiezen ? die zoeken hun waarden in hun eigen leeftijdsgroep. En zo deed zij het toen, in die na-oorlogse jaren. Zo doet de huidige IT generatie het ook, zegt ze. We zitten immers in een geweldige overgangsmaatschappij, wat de informatie technologie en de crisis betreft ? en deze IT generatie heeft ook horizontale waarden. Het is nu pionieren! Door op een totaal andere manier naar de wereld te kijken, dankzij de technologie en de transparantie van data. Wat haar verdere levenspad betreft: ze vertrok uit de invloedssfeer van de Stuivelingetjes en ging rechten studeren in Rotterdam. Daarna ging ze pionieren door Bedrijfskunde aan de Erasmus universiteit te volgen als eerste vrouw. In de jaren '70 werd ze medewerker van burgemeester André van der Louw van Rotterdam. En daar waren we gebleven in het leven van de president van de algemene Rekenkamer, die nu 66 is en tot haar 70-ste benoemd is. nl