Alles
nl
In 1959 vond deze laatste onderneming plaats. Het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG) en de Maatschappij voor Natuurwetenschappelijk Onderzoek in Oost- en West-Indië rustten een expeditie uit naar het Sterrengebergte in het binnenland van Nieuw Guinea. Het wetenschappelijke team bestond uit geologen, fysisch geografen, een cartograaf, cultureel en fysisch antropologen, plant- en dierkundigen. Verder waren er twintig mariniers gecontracteerd, twintig politieagenten, twee artsen, twee medische hulpen, drie lokale ambtenaren en een commissaris van politie. Als dragers waren zo'n dertig Papoea's ingehuurd. Bewoners van omliggende dorpen werkten mee aan de bouw van de gebouwen in de bivakken. De expeditie werd geplaagd door tegenslag: De twee helikopters bleken op grote hoogte veel minder vracht te kunnen vervoeren dan gedacht. Bovendien verongelukte er één. Halverwege het verblijf in Nieuw Guinea was ook nog het geld op. Als Scheepsbouwer Verolme niet 200.000 gulden had bijgepast, hadden de reizigers voortijdig naar huis gemoeten. De opzet van de expeditie was traditioneel: alles wordt verzameld om thuis in alle rust te kunnen analyseren. Op verschillende hoogten worden gesteenten, grondsoorten, flora, fauna en mensen bestudeerd. Een van de expeditieleden is een fysisch antropoloog die 'mensenmaten' van de plaatselijke bevolking verzamelt, variërend van de totale lengte tot de breedte van de kaak en de dikte van de lippen. Van een grote wetenschappelijke publicatie is het nooit gekomen. De verzamelde dieren en planten (opgezet, gedroogd, of op sterk water) worden bewaard bij het museum Naturalis in Leiden. In het Amsterdamse Tropenmuseum moeten nog dozen met allerlei soorten Papoeahaar staan.nl