Alles
Een kamer in het verleden. In het najaar van 2010 verbleven vijftien proefpersonen, die allen het woord als voertuig van hun gedachten en gevoelens hanteren, een week lang in een drijvende bungalow, aangemeerd aan een onbewoond eiland in het Lauwersmeer. Vijftien schrijvers, cabaretiers, denkers en dichters werden er eenzaam opgesloten, zonder enige vorm van elektronische communicatie met de buitenwereld. Alleen De Avondenrecorder stond hen ter beschikking, waarop zij hun belevenissen en bespiegelingen inspraken.nl
Het blijkt dan toch waar te zijn. De bordjes die Atte Jongstra op het eiland heeft geplaatst zijn vorige week in rook opgegaan. De vlag van Franca Treur is bespaard gebleven. Maarten Doorman begint daarom met een ballade over Senneroog. Gisteren beloofde hij vanuit vanuit Motorschip De Blijde Steven dat hij terug zou komen op de cultuurstrijd tussen barbaren die zich aan de nieuwe wereld van twitter, internet en oppervlakte hadden uitgeleverd en degenen die de teloorgang van de cultuur, het onderwijs en de beschaving handenwringend aanzien. Hij las daarom het boek van Allessandro Baricco, waar hij op terugkomt. Want, zegt hij: “Het is een dwingend onderwerp, temeer nu ik zonder internet, email en telefoon in een ontoegankelijk natuurreservaat zit, als zo’n stom uitgezet Heckrund zonder hooi in de winter. Hoe zien die barbaren van Baricco er dan uit en tegen wie richten ze zich? Gaat het om de jongens en meisjes van Cherso, om Barbie, Sterretje, Bibi en Matsoe Matsoe, die cultuur kontuur noemen? Of om de gestudeerde mensen die voor hun 15 minutes of fame doen alsof ze dat bewonderen? Maar al na een paar dagen isolement lijkt die cultuurstrijd, die mij zo aan het hart gaat en waarin ik soms ijverig mijn mannetje probeer te staan, een stuk verder weg.” Maarten vervolgt: “Terwijl tegelijkertijd de futiele dingen op dit lege eiland en deze voor anker liggende luxewoning op Motorschip De Blijde Steven aan belang winnen. Nu zit ik ook al met een verrekijker en het vogelgidsje de hemel af te turen en naar de zilverreiger te loeren. En de militaire boot te bespieden die kennelijk dagelijks aan het begin van de middag door de vaargeul aan gene zijde van het eiland voorbij stoomt om het land te verdedigen. Heb ik de slobeend gezien of was het een bergeend?”nl