Alles
nl
VERLOS ME, HET IS ZOVER Al bereik je de buren niet, zij bereiken zichzelf door jou via de heg, en de scheiding tussen de huizen is een vlies dat trommelt op de muren. Want dat je gaande, gekomen waar je zegt dat de stand van zaken een expositie is, het veld ruimt, het licht een kraker lijkt, veroordeeld tot ledebraak, de trap neervalt tot het huis, je te groot, je niet verlaat maar als verlaten huis je omringt, dan lieg je niet maar stoot een ander wakker in de kamer van de slaap om waar het proefwerk wacht, met de tafel verward, te bladeren door de pocket met de soortnaam Ooievaar tot Antonin Artaud daarin je ribben breekt omdat de motor van Artaud is de rotator van het kwik in je kop als je, voor het raam boven de kale tuin, het begrip verliest van het ik zodra je hem luidop leest, want hij schrijft je voor, of hij snijdt je open tot op het bot en schroeft het deksel van de hel die jij dan ziet en hij geeft het door: m’n hol als gat, m’n wrange holle gat, waarin de kringloop stuk spat van de rooie luis, de kringloop van de rooie zonneluis, roomblank in het aderlijke net van 1 van de twee. Maar hoezo twee? En wie van de twee? Pappa en mamma kijken beneden tv. Ben je nou zogenaamd in Mexico met hem die jou niet kent maar stamelt met zijn adem in je stem? Droog bloedt de mat op de vloer om je heen tot ze stinkt omdat ze balsemt en ze zalft omdat ze zweet: kaffer van pis uit de put van een droge kut die schuurt als je hem erin steekt, pissige kamfer uit de schat van een dooie kut die terugslaat als je hem openbreekt, en weer maar waarom twee? Van wie? De man die zich kruist (of kruisigt?) en dan bevalt van de zoon uit de ontucht met zijn eigen hard geworden reet? Dat zal het zijn. Maal je vertaald? Je keel beslaat wel degelijk de ruit. Of weet je niet meer wat je leest? Of daal je in hem af? Of deel je hem? Je hamert in het ritme van Artaud die door je doolt. Dat slaat veel harder dan The Wandereren liflaf smaakt daarbij The Peppermint Twist (Sealed with a Kiss), de wee van lust, zo ramt de voor de loze rock uitslaande vlam die heeft ontstoken de sint-vitusdans in alle mannekino’s van de taal die ze op school nog laten doorgaan voor poëzie. En dit is, weet je zeker (je mond tegen het valgordijn over het glas, de letters in je ogen op de lila lucht, vol van de wolk die wegschiet boven het kapotte riet) geen koketterie, hoogstens een ontsnapping, in een liturgie, uit de fabriek van de maatschappelijke muziek naar een buitengebied waar je even langs mag strijken aan de hand van de daarin gevangen poète maudit. En die ziet, weet je al, door zijn grote holle met de olie uit de hoge vol gegoten ogen, wat jij alleen nog raden kan maar in een mate die geen angst behelst en helemaal geen idioterie want eerder helder in de late gloed stap je, dwars door je kop hard op repeatzijn jien cri, samengetrokken tot ji-ji-cri-cri, diep in zijn rite van de zwarte zon, die luidt voor jou verrijzenis omdat je, namens hem, wat je verlossen wil ontmoet. Zo zal je zijn wie je verlossing is. Maar jullie leven heet nu voortaan industrie © 2010, Jacob Groot From: Divina noir Publisher: De Harmonie, Amsterdam, 2010nl