Alles
nl
Hoe graag zag ik de weduwnaar een rozetak* (het schaartje in de and’re hand, hij snoeide juist) de dame geven. Ik zie nog voor me hoe het oog, het meisjesoog vol lichtvocht afscheid (bij ’t troepenschip, het troepenschip) moest afscheid nemen nemen niet moest afscheid nemen. Werkelijk Toet. Afscheid doet. Pijn dalende kwint. (Elke traan was één in boterbon kamertemp Holland.) Keerde ik in den vleze terug, het lichaam vol (Twee, drie minuten ongetijd, leven geen spijt) vol plopperwonden. Ik trouwde, fokte, keek tv, brand, brand, brand, brand in ’t zoete dorpje. Vandaag was ik mijn paspoort kwijt. Mijn vrouw zei: ‘Hier. Let beter op, man.’ * Indachtig de melodie van psalm 138 © 1997, Tonnus Oosterhoff From: (Robuuste tongwerken,) een stralend plenum. Publisher: De Bezige Bij, Amsterdam, 1997 nl