Alles
nl
Herman gorter op een eerste mei in de jaren tachtig op de foto een kale westfriese kop een in de moerasdelta verdwaald faraohoofd boven een bontkraagje waarvan men toen fluisterde: dat was eens het kraagje van de tsaar omdat in opdracht van lenin en ten behoeve van de partij onze dichter hier zou scharrelen in de kroonjuwelen maar zoals hij staart over ons en alles uit zo hunkerend kijkt nooit een sjacheraar uit naar de toekomst der eeuwigheid hij zong ‘ik kan niet denken dat het samenwerken komt, dat de arbeidende klassen zich samensmelten tot één macht, of nevel wolkt om mijn voorhoofd van een dronken geestdrift’ hoe ontnuchterd zou hij nu zijn nog steeds is de arbeidende klasse ook voetvolk dat uit solidariteit met elke macht opstandigen martelt en vrijheid ontkracht mèt hem hebben wij het leven lief maar zijn zeer beminde de geschiedenis heeft deze dichter zeer ontluisterd en ons heeft zij haast afgeschreven tot neerslag van wat stralend roet en nietig sterrestof in vervoering en troostrijk dichtte hij nog: ‘de arbeiders dringen zich aan den trog der kennis, en eten ze, ach zo graag ’ maar ach en wee hoe smal of breedgeschouderd was deze begeerte: meet die af aan oorlogsgraven aan de troosteloze morrende arbeidersheerschappij of aan wat elders onder grote dreiging min of meer welverzorgd als volk voortknort oh herman gorter – groot dichter- je beweerde: ‘maar zo zeker als daarbuiten de zon de wereld befloerst, heb ik ‘t geluk gevonden’ dus met je tennisracket als was het een rode roos rende je in ouderdom nog vurig tot aan de rand van twee werelden en je hield stand nog net voor het net aan de afgrond waarin later alle hoop voorgoed verdween waarop een zon die niet befloerst maar omfloerst een zon gekneed in de trog der kennis alle hoop en verwachting brandschatten kon tot in het merg en de botten van de mens en van jouw god en van elke andere god uit: troost de hysterische robot, 1989nl