Alles
nl
Prehistorische Paardenslagers Al decennia maken archeologen ruzie over de vraag of onze verre voorvader de ‘Homo Heidelbergensis’ een behendige en slimme jager was, of juist een zwak ontwikkelde sukkel die zo nu en dan een ziek of kreupel beest wist te vangen. Archeoloog Boudewijn Voormolen onderzocht paardenbotten van 300.000 jaar oud die gevonden waren bij het Duitse plaatsje Schöningen. Uit zijn onderzoek blijkt dat de Heidelbergmens in groepen georganiseerd op wilde dieren jaagde en de beesten vervolgens vakkundig uitbeende. Geen aasetende sufferds dus, maar slimme planners. Schöningen staat bekend als een prehistorisch Pompeii. Aan de oever van een prehistorisch meertje hebben Duitse en Nederlandse een nederzetting opgegraven die door de natte omstandigheden zeer goed geconserveerd was. Behalve een overvloed aan stenen werktuigen is er zelfs een aantal perfect geconserveerde houten speren gevonden. Die speren bleken technologisch zeer geavanceerd en zijn zelfs vergelijkbaar met speren die tegenwoordig in de atletiek worden gebruikt. Behalve de speren werd er een groot aantal resten van grote dieren gevonden. Dat waren voor het grootste deel botten van paarden (95%) maar ook runderen en herten werden gegeten. Boudewijn Voormolen heeft die botresten gedetermineerd en onderzocht. Op veel botten trof hij krassen en andere beschadigingen aan. Die bleken voor het grootste deel het gevolg van het bewerking met stenen werktuigen. Meer dan 300.000 jaar geleden werden bij Schöningen dus al paarden gejaagd en systematisch geslacht. Op de slachtplaats zijn de resten van minstens 19 paarden gevonden, waaronder drie veulens. Waarschijnlijk hebben jagers een groep paarden die aan de waterkant stonden te drinken ingesloten en met speren gedood. Vervolgens hebben ze de kadavers vakkundig ontbeend en alles wat bruikbaar was opgegeten of meegenomen: niet alleen vlees en huiden, maar ook pezen en beenmerg. Voormolen vond verschillende soorten slachtsporen. Korte scherpe snijsporen aan de uiteinden van een bot duiden op het uit elkaar trekken van de gewrichten. Dat de bouten gefileerd werden, blijkt uit de lange snijsporen op de schachten van lange beenderen. Bovendien waren schraapsporen te zien op botten die beenmerg bevatten. Blijkbaar werd alle weefsel van die mergpijpen geschraapt voordat ze kapot geslagen werden om bij het vette en voedzame beenmerg te kunnen. Waarschijnlijk fileerden de jagers de poten, waardoor ze minder mee naar huis hoefden te dragen. Bovendien konden ze dan meteen het beenmerg opeten. Van de kadavers werden vooral de poten gebruikt; op de romp vond Voormolen nauwelijks slachtsporen. Die bouten leverden al zo veel vlees, pezen en merg op, dat ze de rest van de kadavers maar hebben laten liggen. De vondsten bij Schöningen leveren het bewijs dat onze verre voorouders heel goed in staat waren een groep grote dieren georganiseerd te lijf te gaan en de kadavers vervolgens heel systematisch te verwerken. Daar zijn organisatie en intelligentie voor nodig. ‘Homo Heidelbergensis’ is voortaan geen domme lijkenpikker meer, maar een intelligente en samenwerkende mensensoort. Een hele opluchting, want het is tenslotte onze voorouder. ----- Speeddaten Wie verlegen zit om een relatie maar geen tijd heeft om eindeloos in cafés te hangen, wachtend op de ware, kan tegenwoordig terecht bij een speeddate. Maar op basis waarvan kies je een mogelijke partner na een kennismakingsgesprek van 5 minuten? En kan het je een liefde voor het leven opleveren? Dat onderzoekt de Nijmeegse psycholoog Geertjan Overbeek. Noorderlicht-verslaggever Remy van den Brand ging een avondje speeddaten in café Odessa in Nijmegen. ----- Nieuws uit de wetenschap Van zeekomkommer tot breinelectrode. Nieuwe aanval op hobbit. ----- Conversie-verlamming Helemaal gezonde mensen die, zonder dat daar een fysiologische oorzaak van te vinden is, plotseling gedeeltelijk verlamd raken, is een verschijnsel dat in de medische literatuur vaak beschreven is. Dat verschijnsel heet “conversie-verlamming” en treedt vaak op na een periode van grote stress. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bijvorbeeld kwamen soldaten ogenschijnlijk gezond terug uit de loopgraven, maar werden zij achter het front ineens getroffen door raadselachtige verlammingsverschijnselen. De Nijmeegse neuro-psycholoog Floris de Lange heeft er eindelijk een verklaring voor gevonden. Hij onderzocht de motorische verbeelding, ofwel het vermogen om in je hoofd een bepaalde beweging uit te voeren. Als je bijvoorbeeld denkt aan dansen, wordt het motorische deel van je hersenen net zo actief als wanneer je echt danst. De Lange onderzocht of patiënten met een conversie-verlamming zich wel een beweging kunnen inbeelden. Dat blijken ze goed te kunnen. Ze beschikken dus wel degelijk over motorische verbeelding. Hij ontdekte echter dat bij deze patiënten de pre-frontale cortex zeer actief is. Dat is het deel van de hersenen dat het gedrag en de motoriek remt. Dat overactieve hersengedeelte voorkomt dat de beweging die door de motorische verbeelding wordt “voorgedaan” niet wordt omgezet in actie. ----- De Binnenlandreportage: Het gelukkige huisdier (2) Tweede deel van een reportageserie van Gerrit Kalsbeek over het wel en wee van huisdieren. Recent onderzoek van TNS/NIPO laat zien dat in ruim de helft van de Nederlandse huishoudens een of meer gezinsleden huisdier is. Ander recent onderzoek zou uitwijzen dat 85% van de huisdieren ongelukkig. Het gros van onze huisdieren zou lijden aan zware depressies, emotionele stoornissen en ander psychisch leed. Zou dat waar zijn? De serie Het gelukkige huisdier is het resultaat van de zoektocht naar een antwoord op die vraag. Gerrit Kalsbeek bezocht een opleiding diermanagement, sprak met gedragskundigen, met Martin Gaus, hij was bij de plechtige crematie van Dicky, de 8 jarige Rottweiler met een moeilijk jeugd. Hij liep mee met een hondenuitlaatservice, sprak met de huisdierenhandel, de stichting AAP. deed een cursus thelepatisch communiceren met huisdieren, en nog veel meer.nl