Alles
nl
De Maas, drinkwaterbron voor meer dan 5 miljoen mensen in Nederland en België, wordt bedreigd door opwoelend slib en giftige blauwalgen. Dat was de strekking van het rapport dat in 2000 verscheen. Het gevaar zou een direct gevolg zijn van nieuwe veiligheidsmaatregelen, om overstroming van de Maas te voorkomen. Aan de Technische Universiteit Delft is nu opnieuw gekeken of ingrepen in de Maas het drinkwater vervuilen. Astrid Janssen onderzocht met een theoretisch model wat de invloed is van de nieuw geplande hoogwatergeulen op de groei van cyanobacteriën (blauwalgen). Haar conclusie: in warme zomers zou het water vreemd kunnen ruiken en smaken, maar de gifstoffen uit de bacteriën kunnen niet door de waterzuivering komen. Hierdoor blijft het water nog drinkbaar, zelfs als zwemmen afgeraden wordt door te hoge concentraties cyanobacteriën. In andere landen is het minder goed gesteld met de waterzuivering. In Australië komt gemiddeld twee keer zoveel kanker voor als in China. Toch is de kans op leverkanker in China 10 keer hoger dan in Australië. Hoogstwaarschijnlijk heeft dat te maken met de grote hoeveelheid cyanobacterie-gif in het Chinese drinkwater. In Noorderlicht Radio praat Ger Jochems met Astrid Janssen en met waterbouwkundige Dr. Ir. Albert van Mazijk, die haar begeleide in haar onderzoek. Van Mazijk is tevens co-auteur van het eerder genoemde RIWA-rapport (Vereniging van Rivierwaterbedrijven) uit 2000, waarin veel meer problemen werden voorspeld voor de drinkwatervoorziening. Tekort aan vitamine D wordt van oudsher geassocieerd met botafwijkingen. Om deze te voorkomen werden kinderen vroeger getreiterd met de beruchte eetlepel levertraan. Maar wat gebeurt er als zwangere vrouwen onvoldoende vitamine D hebben? Volgens een omstreden theorie lopen hun kinderen een verhoogde kans op schizofrenie. Autochtone Nederlandse vrouwen zouden genoeg zonlicht opvangen om vitamine D aan te maken. Veel allochtone vrouwen blijken echter een onmeetbaar laag gehalte aan vitamine D in het bloed hebben. Door het dragen van een sluier, een donkere huidskleur en veel thuiszitten, nemen zij minder vitamine D op uit zonlicht. Door een ander voedingspatroon -vitamine D zit onder andere in vette vis, margarine en melk- lopen allochtonen vaak ook deze vitaminebron mis. Als vitamine D-gebrek verband zou houden met schizofrenie en allochtonen een risicogroep vormen, is het te verwachten dat schizofrenie vaker voorkomt onder allochtonen. Onlangs werd dit vermoeden bevestigt. Maar is dat werkelijk een bewijs voor de theorie? Jair Stein ging op onderzoek uit. (De reportage over vitamine D en schizofrenie is een herhaling van 27 november 2001)nl