Alles
nl
Gezongen wetenschap "Een canon is toch een liedje?", was de reactie van wiskundige en componist Ruben Naeff, toen hij hoorde van de Bètacanon van De Volkskrant. Die bètacanon is geen lied, maar een boek, met vijftig artikelen over belangrijke wetenschappelijke thema's. Het boek kwam eerder dit jaar uit. Maar Naeff bleef het gek vinden en besloot de wetenschappelijk verantwoorde inhoud op muziek te zetten - en die te laten zingen, in canon. Het resultaat is een cd, getiteld 'De bètacanon in polyfonie - Wat iedereen moet zingen over de natuurwetenschappen'. Komende vrijdag wordt die officieel gepresenteerd, met een live-optreden tijdens het wetenschapsfestival Discovery, in Science Center Nemo in Amsterdam. ----- Sterrenstelsels in het jonge heelal Zichtbaar licht dat wordt uitgezonden door objecten in het heelal, bijvoorbeeld sterren, wordt gedurende de miljoenen of miljarden jaren dat het door de ruimte reist steeds roder. Uiteindelijk wordt het op aarde waargenomen als (voor ons onzichtbaar) infrarood licht. Dat fenomeen heet roodverschuiving. De snelheid van die roodverschuiving is bekend. Daarmee kunnen astronomen uitrekenen hoe lang geleden de waargenomen infrarode straling werd uitgezonden als gewoon, zichtbaar licht. Daarmee weten ze hoe lang het licht onderweg is geweest en dus hoe oud het object is dat ze bekijken. Ze kijken als het ware terug in de tijd. Door langdurige waarnemingen met de modernste infrarood-detector ontdekte astronoom Ivo Labbé dat er in de eerste drie miljard van het bestaan van het heelal een klasse sterrenstelsels bestond, die tot dan toe over het hoofd was gezien. Doordat de infrarood-detectoren tot voor kort nog niet zo groot waren dat je er een flink stuk van het heelal mee kon bekijken, waren de stelsels, waarvan het licht de aarde als infraroodstraling bereikt, simpelweg nog nooit gezien. Maar Labbé kon gebruik maken van de modernste infrarood-apparatuur van het moment, de ISAAC-detector van het European Southern Observatory in Chili. Het blikveld daarvan is veel groter dan dat van oudere apparatuur. ‘Groot’ is in dit verband overigens een relatief begrip: keek je met de oude apparatuur door een injectienaald naar de hemel, met de ISAAC kijk je door een rietje. Zo ontdekte hij een tot dan toe onbekende klasse sterrenstelsels. De stelsels zijn zo’n twaalf miljard jaar oud en dateren daarmee uit wat Labbé 'de kleutertijd van het heelal' noemt: ze ontstonden toen het heelal pas drie miljard jaar oud was. Bovendien lijken ze veel verder geëvolueerd te zijn dan de tot nu toe gevonden melkwegen. Labbé’s werk bleek aanleiding voor zijn collega’s om hun theorieën over het jonge heelal eens flink op te schudden. Voor dit promotie-onderzoek heeft de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen in Haarlem Labbé de Van Marumprijs toegekend, die hij op 26 september in ontvangst neemt. ----- Wetenschapsnieuws ----- Ecologische voetafdruk Vandaag is het ‘Earth Overshoot Day’. Dat is de dag waarop de mensheid alle hulpbronnen heeft geconsumeerd die de aarde dit jaar kan produceren. Die consumptie wordt uitgedrukt in landgebruik: bijvoorbeeld hoeveel landbouwgrond er nodig is om een kilo vlees te produceren of hoeveel bos er nodig is om de CO2-productie van een liter verstookte benzine op te nemen. Dat wordt de ‘ecologische voetafdruk’ genoemd, het spoor dat elke aardbewoner achterlaat. De afdruk van een boer in India zonder auto, zonder elektriciteit en zonder twee vliegvakanties per jaar is vanzelfsprekend kleiner dan die van een Randstedelijk tweeverdienersechtpaar dat twee uur per dag in de file staat, de temperatuur van zijn huis permanent op 20 graden Celsius houdt en regelmatig een stedentripje boekt. Gemiddeld zijn we druk bezig de aarde uit te wonen. Om onze huidige levenswijze voort te zetten hebben we 1,4 aardes nodig. Ideaal zou zijn als Earth Overshoot Day op 31 december zou vallen: dan waren productie en consumptie precies in evenwicht. Maar elk jaar valt deze dag eerder; twee jaar geleden was het nog op 9 oktober. We zijn met zijn allen dus flink aan het overconsumeren. Volgens Jan Juffermans van De Kleine Aarde in Boxtel is de ecologische voetafdruk een goede indicatie voor de uitputting van de aarde. Milieu-econoom Harmen Verbruggen van de Vrije Universiteit in Amsterdam vindt het concept weliswaar een prima manier om het grote publiek duidelijk te maken dat de aarde in rap tempo wordt uitgewoond, maar heeft zijn bedenkingen over de wetenschappelijkheid van de berekening. Volgens hem is het probleem dat alles moet worden uitgedrukt in landgebruik. De rekenmethode houdt er geen rekening mee of land wel of niet duurzaam gebruikt wordt. (presentatie: Remy van den Brand)nl