Alles
nl
Darwin in Nederland In 1859, dus dit jaar 150 jaar geleden, publiceerde Charles Darwin zijn boek ‘On the Origin of Species’, waarin hij de theorie lanceerde dat de verscheidenheid aan levensvormen op aarde het resultaat is van natuurlijke selectie. Dat viel niet bij iedereen in goede aarde. Vooral orthodoxe gelovigen hadden (en hebben) grote moeite met het idee dat niet alle diersoorten zo geschapen zijn als God (ook wel intelligente ontwerper genoemd) het bedoeld heeft. Dat er zoiets als evolutie bestaat willen velen, onder wie de bekende Delftse natuurkundige Cees Dekker, intussen wel toegeven, maar dat dat proces alleen door toeval gestuurd wordt, dat wil er maar moeilijk in. Twee promovendi onderzochten wat Darwins ideeën in de negentiende eeuw voor Nederland betekend hebben: filosoof Bart Leeuwenburgh promoveerde op 15 januari jl op het proefschrift ‘Darwin in Domineesland’ en historica Janneke van der Heide hoopt in mei haar proefschrift te verdedigen. De meest opvallende conclusie van Leeuwenburgh is dat de discussie over Darwin in Nederland aanvankelijk heel kalm en genuanceerd was. Pas toen in 1868 de Duitse vrijdenker en atheïst Karl Vogt naar Nederland kwam om een aantal lezingen te geven waarin hij Darwin aanhaalde als bewijs voor het niet-bestaan van God, waren de poppen aan het dansen. Tot dan toe werd de discussie gevoerd door vrijzinnige protestanten en wetenschappers. Hun grootste zorg was om Darwins ideeën niet al te veel bekendheid te geven. Er zou immers chaos uitbreken als iedereen ervan overtuigd zou zijn dat ons gedrag niet door een hogere macht gestuurd werd maar slechts het resultaat was van de overleving van de sterkste. Maar Vogts ideeën dwongen zowel katholieke als orthodox-protestanten zich in de discussie te mengen, met als voorspelbaar argument dat Darwins leer in strijd was met alles wat de bijbel zegt over het ontstaan van de aarde en zijn bewoners. Vervolgens ging iedereen zich ermee bemoeien. Niet alleen kerken, maar ook socialisten en liberalen mengden zich in de discussie. En iedereen beschouwde Darwin als het bewijs van zijn eigen gelijk. Liberalen hechten groot belang aan wetenschap, dus konden niet om Darwin heen. Maar hun angst voor chaos en revolutie bracht ze ertoe evolutie te zien als een positief verhaal: evolutie is geen degeneratie maar louter vooruitgang en de mens wordt in de loop van de evolutie alleen maar beter. De socialisten zagen de mogelijk chaotische consequenties ook, maar vonden die juist positief: na de (met Darwin in de hand bewezen onvermijdelijke) klassenstrijd, zal het altruïsme dat de natuur eigen is de overhand krijgen. De vrijdenkers, een piepkleine maar zeer luidruchtige minderheid, zagen onder invloed van Duitse radicale atheïsten als Ernst Haeckel en Karl Vogt in Darwin de bevestiging van hun puur materialistisch-atheïstische levensbeschouwing. En de katholieken en orthodox protestanten waren gewoon tegen. In tegenstelling tot de huidige discussie over de evolutie, die alleen gaat over de tegenstelling tussen wetenschap en geloof, ging de discussie van 130 jaar geleden dus ook over sociale en ethische kwesties. In de Darwin-discussie in de jaren ’70 van de negentiende eeuw worden de contouren al duidelijk van het latere zuilenstelsel, dat de Nederlanders verdeelde in katholiek, protestant, liberaal en socialist. En die verdeling bleef ruim een eeuw intact. ----- Wetenschapsnieuws - Voodoo Correlations - Kinderen en Ufo's ----- De Amanuensis Achter elke onderzoeker staat een assistent: een laborant, een dierenverzorger of een instrumentmaker. Zonder assistenten geen onderzoek, maar hun namen prijken zelden boven de publicaties. Voor Noorderlicht maakte Remy van den Brand een serie reportages over de onmisbare hulpjes van de wetenschap. Vandaag het derde deel: Jack Schilling, hoofd van de divisie marine technologiemechanica van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek op Texel.nl