Alles
Marathoninterviewnl
Socioloog Johan Goudsblom nam in 1997 afscheid als hoogleraar van de Universiteit van Amsterdam. Zijn memoires verschijnen dezer dagen in Tirade, het literaire tijdschrift dat hij mede oprichtte. Gesprek over sociologie, Norbert Elias, wetenschap, literatuur en het leven zelf. Anton de Goede over dit gesprek: Waarom ik Joop Goudsblom zo graag wil spreken? Hij is een van Nederlands grootste sociologen, en dat terwijl we hem erg weinig horen. Waar Radio 1 dagelijks bol staat van allerlei meningen over aangespoelde bultruggen, kleine en grote schandalen, financiële onheilstijdingen en wat dies meer zij, wil ik dolgraag iemand aan het woord laten die een leven lang studie heeft gemaakt van hoe de mens zich ontwikkelt, of niet ontwikkelt. Wat laat zich zeggen over de wereld van nu als we die door de blik van Goudsblom waarnemen? Wat is de erfenis van denkers als Menno ter Braak en Norbert Elias die hij intensief bestudeerde? In hoeverre zal de invloed van de huidige financiële crisis op onze samenleving vergelijkbaar zijn met die van de crisis uit de jaren dertig van de vorige eeuw? Zeker, grote thema’s. Maar dat is het mooie van het marathoninterview: we kunnen drie uur de tijd nemen. Inleiding en Samenvattingen Goudsblom Joop Goudsblom werd tachtig jaar geleden geboren in Bergen - Noord-Holland als zoon van een onderwijzer en hij groeide op in Krommenie. Al op jeugdige leeftijd bracht hij zijn vrije tijd door niet op de Noordhollandse voetbalvelden, maar in het Rijksarchief te Haarlem, wat hij ervoer als Het Paradijs!, om al op zijn zestiende in plaatselijke kranten te kunnen publiceren, bijvoorbeeld over de geschiedenis van de Zaanse molens Hij zou geen gerschiedenis, maar sociale psychologie en pedagogiek gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam, in de jaren vijftig. In die tijd maakte hij ook deel uit van de redactie van het studentenblad Propria Cures , waarin hij schreef onder de alter ego’s van een hele reeks pseudoniemen. Ook behoorde hij tot de oprichters van het literaire tijdschrift Tirade. Zijn aforismen en poezie zijn gebundeld in Pasmunt (verschenen in 1958) en Reserves (uit 1998). Maar ook de literatuur kon hem niet afbrengen van de sociologie. Van 1968 tot 1997 was hij hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam waar hij bekend werd als verbreider van de civilisatietheorie van Norbert Elias. Ook werd hij genoemd: de aartsvader van de zogeheten Amsterdamse school binnen de sociologie. Goudsblom woont dan ook in Amsterdam en was sinds 1958 getrouwd met Maria Goudsblom-Oestreicher tot haar overlijden in 2009. Samen kregen zij twee kinderen. Joop Goudsblom publiceerde in 1960 zijn proefschrift Nihilisme en cultuur, dat door nogal wat liefhebbers onder wie Arnon Grunberg een uiterst belangrijke studie wordt gevonden. Voor zijn boek Balans van de sociologie ontving hij in 1975 de essayprijs van de stad Amsterdam en ook voor zijn boek Vuur en beschaving, dat in meerdere talen werd vertaald, oogstte hij veel lof. In 1997 nam hij als hoogleraar afscheid van de Universiteit van Amsterdam. Zijn memoires verschijnen dezer dagen in Tirade, het literaire tijdschrift dat hij mede oprichtte. Luistert u naar een gesprek over de wetenschap in het algemeen, sociologie in het bijzonder, de erfenis van Norbert Elias, het gedachtegoed van Menno ter Braak en wat er dan nog overschiet aan: het leven zelf. Een uitspraak van Joop Goudsblom luidt: “ Sociologie is een manier om de intellectuele verwarring te verminderen.” Welnu, vermindering van verwarring ? Wie wil dat niet in deze onzekere tijden? Samenvatting uur1 en uur 2: Het vak sociale psychologie laat zich in 1 zin samenvatten. Mensen zijn door en door sociale wezens, dat gaat ook op voor Joop Goudsblom. Niet de mens is een sociaal wezen, maar mensen in het meervoud zijn door en door sociale wezens. Want ook al zat hij op zijn 16e liever in het archief dan op het voetbalveld, hij sloot zich niet af, maar zocht daar de waardering van volwassenen. Zijn moeder nam hem mee naar een buurman, de amateurhistoricus meneer van Vliet, met het verzoek: praat eens met die jongen. Dat wilde meneer van Vliet wel; in een paar maanden had Goudsblom zijn boeken uit en meneer van Vliet stuurde hem naar het archief. En daar zat hij en zocht dingen uit, bijvoorbeeld over de geschiedenis van de Zaanse Molens; die streek uit zijn jeugd vol geuren waar hij lyrisch over kan worden. Maar het werd geen geschiedenis, het werd sociale en politieke wetenschappen, want dat was de toekomst. En geschiedenis erbij, dat kon niet. Goudsblom had het wel geprobeerd, maar de grote historicus Jan Romijn, wilde hem als eerstejaars niet ontvangen; dus wilde Joop Goudsblom die zichzelf terugkijkend een geborneerd baasje noemt, niets met Jan Romijn te maken hebben. Zo zijn we een groot historicus misgelopen! Op deze betekenisvolle christelijke dag bekende Goudsblom zich tot wat hij noemt de Lucretianen: de ketters die altijd weer moeten zeggend dat drie verschillende universele waarheden nooit tegelijk waar kunnen zijn. Niet dat falsificatie, het aantonen van ongelijk, het enige zaligmakende is, zeker niet in de sociasle wetenschappen. Daar kan ook het vinden van voorbeelden die gelijk aantonen heel relevant zijn: en de anti sociologische stemmen van Karel van het Reve en Jan blokker zijn enigszins zwakker geworden. Welke waarheid van heeft zijn vak opgeleverd. Het civilisatieproces van Norbert Elias dat minimaal al een half miljoen jaar aan de de gang, is een proces waardoor mensen als soort sterker zijn komen te staan tegenover andere dieren. In die zin wil Goudsblom het zo graag nog hebben over het vuur: bepalend van hoe Goudsblom naar mensen kijkt. Dat gaat gebeuren in uur 3. nl