Alles
nl
Deel één van een drieluik over de geschiedenis van het gevangeniswezen in Nederland. In het eerste deel staat het cellulaire gevangenisstelsel centraal, zoals Nederland dat voor de Tweede Wereldoorlog, met enige aanpassingen tot 1951, kende. Gevangenen moesten, gekleed in een boevenpak, in volstrekt isolement hun straf uitzitten. Een half uur per dag werden zij in afzondering gelucht, met gezichtsmaskers op om herkenning en contact uit te sluiten. Ex-gedetineerden en bewakers vertellen over deze wereld van eenzaamheid, waarin gevangenen tot inkeer moesten komen. Interviews over het gevangeniswezen tot 1951: - Bart de Hoop (pseudoniem), tot anderhalf jaar cel veroordeeld in 1930 wegens juwelendiefstal, over de afschrikwekkende werking van het cellulaire systeem; - Toon Haksteen, cipier vanaf 1932 in het Amsterdamse Huis van Bewaring; - I.A. Diepenhorst, rechtenstudent in 1930, bestudeert behandeling gevangenen; - Nico Busscher, dienstweigeraar die in 1929 in de cel belandt, over de middeleeuwse toestanden in Den Bosch; - Jurrie Zuidema, belandt in 1939 als dienstweigeraar in de cel; - dienstweigeraar Willy Geitz over de rechten van de gevangene; - Hans van Westen, die in 1943 wegens diefstal in een strafkamp bij IJsselstein belandt. Uitgebreidere documentatie aanwezig in VPRO archiefnl