Alles
nl
Aflevering 4 van de vijfdelige Spoor Terugserie De Mediene, over het joodse leven in de provincie voor de Tweede Wereldoorlog. "Ik zit middenin de matzes", wil zeggen dat je met de grote schoonmaak bezig bent. Matzefabriek Hollandia in Enschede moet altijd koosjer zijn, maar vooral met Pesach, als de sjmoeremadzes gebakken worden. Enschede had voor de oorlog een bloeiende joodse gemeenschap. Ook in het naburige dorpje Borne was een joodse buurt, met synagoge, joodse school en huis van de godsdienstleraar. Aan het woord o.a.: - directeur Herjo Woudstra van de matzefabriek Hollandia - Jaap van Gelder - Sybrand Lammers Inleidende teksten: TEKST 1 In de 18e eeuw schrijven de vroede vaderen van Enschede een brief aan Bentink, de drost van Twente dat zij zelf willen bepalen of joden in de de stad mogen komen wonen of niet. Maar eigenlijk zijn ze er niet voor, want ze schrijven: 'Hoog Welgebooren Gestrenge Heer, gelieve geïnformeerd te zijn dat alhier sig werkelijk drie Joodsche Huyshoudingen bevinden alle beladen met kinderen, waarvan er reeds 8 of 9 volwassen en huwbaar zijn, welke indien zij alhier verblijven, onmogelijk binnen deese stad haar bestaan op eene eerlijke wijse zullen kunnen vinden. Dat door de ondervindinge bevestigt is, dat hoe meer Joodsche familien Sig in eene plaats bevinden, zoveel te meer de sulke genoopt worden, om met ongeoorloofd lombaard houden en met andere slinkse streeken in de negotie, ten nadeele van de verdere goede Ingesetenen, sig op te houden.' Een hoogst komische brief als men bedenkt dat, een eeuw later, van de negentien kledingfabrikanten in de stad er zestien Joods zijn. Een paar fabrieken zouden uitgroeien tot gigantische ondernemingen n.l. de firma van Gelderen, Menko en van Dam. Er waren in Enschede drie sociale lagen onder de Joodse bevolking: de zeer rijke fabrikanten, de middenlaag die graag bij die bovenlaag wilde horen en een uiterst arme onderlaag. Er waren weinig Joden te vinden onder de fabrieksarbeiders. Vanaf 1813 worden er al synagogediensten gehouden, maar in 1928 wordt met royale giften van de vermogende fabrikanten een groot gebouw, naar een ontwerp van architect de Bazel ingewijd. Het is een schitterende synagoge in Jugendstil, die nog steeds in Enschede te zien valt. In 1941 wonen er in Enschede zo'n 1300 Joden. Wij gaan in deze uitzending over de Oostelijke Mediene een bezoek brengen aan een heel bijzondere fabriek: de enige echte overgebleven matzefabriek van Nederland, Hollandia. Matzebakker Herjo Woudstra is de derde generatie die de fabriek leidt. Zijn grootvader zette het bedrijf op samen met de familie Marcus uit Duitsland die daar al een matzefabriek hadden en weg wilden uit Duitsland. Zij zoon werd de tweede directeur. Na de oorlog, toen de familie Woudstra terugkwam van hun onderduik, kon de fabriek weer vrij snel op gang gebracht worden. De derde directeur, Herjo Woudstra, leidt ons rond in de fabriek die sinds 62 jaar nauwelijks veranderd is: TEKST 2 'Ik zit midden in de matzes' wil zeggen: stoor me niet, ik heb het te druk met de grote schoonmaak. Want vlak voor Pesach zullen vrome joden in hun huis de grote voorjaarsschoonmaak houden. Pesach is een lentefeest, en het is tegelijk één van de belangrijkste herdenkingsdagen uit de Joodse godsdienst. Op Seideravond wordt de uittocht van de Joden uit de ballingschap in Egypte herdacht en dat gebeurt met een maaltijd waarbij het verhaal van die tocht aan tafel verteld wordt. Bij die maaltijd wordt uitsluitend ongedesemd brood gegeten, zoals dat ook tijdens de tocht in de woestijn voor handen was. De zogenaamde sjemoeriemmatzes, het ongerezen brood, worden volgens zeer strenge regels gebakken. TEKST 3 Tussen Almelo en Hengelo ligt het dorpje Borne. De eerste joodse inwoner wordt gesignaleerd in 1695, het is Isaac Heiman. In 1842 wordt er een synagoge aan de Ennekerdijk gebouwd. Dan wonen er al 48 joden in Borne. En in 1941 zijn er 112 joden op een bevolking van 9000 zielen. Van die 112 komen er na de oorlog 13 terug. In 1985 maakt Jaap Grotenboer een aantal gesprekken met inwoners van Borne om de geschiedenis van het dorp vóór de Tweede Wereldoorlog te kunnen vastleggen. Eén van de geïnterviewden is Jacob of Jaap van Gelder, geboren in 1917 in Borne. Hij was de zoon van David van Gelder die een textielzaak had. Hij werkte eerst bij zijn vader in de zaak, werd daarna handelsagent, maar na een auto-ongeluk ging hij een heel andere kant op. Hij volgde een opleiding als gazzan, voorganger in de synagoge, en werd dat in 1959 gazzan in Maastricht. Hij vertelt over het Joodse leven in Borne: TEKST 5 Jaap Grotenboer praatte ook met niet-Joden over de Joodse bevolking van Borne. Merkwaardig is de dubbelhartigheid in de verhalen die Grotenboer heeft opgetekend. Het kost ze moeite zich openhartig over de mededorpsbewoners uit te drukken, en in hun stem klinkt bewondering en afgunst tegelijk. Sybrand Lammers is geboren in 1905, hij werkte bij de firma Hazemeyer, een elektronische industrie. Was in Borne betrokken bij maatschappelijke activiteiten. Toen hij werkloos was, ging hij met een groentekar door de buurt. Hij vertelt over de paardenslager Dolf van Gelder, oftewel de Fluitjör. Uitgebreidere documentatie aanwezig in VPRO archief nl