Alles
nl
Portret Ludo van Eck Inleidende teksten En dan is het nu tijd voor ons programma het Spoor terug waarin u kunt luisteren naar een gesprek van Rob van Olm met de Vlaamse schrijver Ludo van Eck over diens ervaringen in het concentratiekamp Dachau waar hij als 22-jarige aan het einde van de oorlog als politieke gevangene terecht was gekomen. Na de oorlog heeft de inmiddels 68-jarige Ludo van Eck in zijn onderhoud voorzien door het schrijven van zo'n 7OO pulpromans . . ..ja. ik lees het goed. u hoort het goed. 70O romans en dat onder de meest uiteenlopende titels en pseudoniemen. Maar belangrijker zijn zijn boeken die hij over de oorlog schreef. Daarvoor ging hij terug naar diverse kampen en interviewde hij de overlevenden. Hun getuigenissen publiceerde hij in boeken als De getekenden, Het Boek der Kampen , De Gedoemden, De Bloedstraat, en vele andere. Zijn eigen verhaal publiceerde hij in het boek Zo was net in Dachau. Tekst 2 Ludo van Eck maakte vanaf zijn 9e jaar deel uit van een verzetsgroep van zo'n 20 man in de Belgische stad Mol en hield zich vooral bezig met het in veiligheid brengen van geallieerde soldaten. Op 28 maart 1944, de dag na de première van zijn operette waarvan hij libretto en muziek had geschreven, werd hij en andere leden van de groep waaronder zijn vader, oom, tante en verloofde door de Duitsers opgepakt. Eerst werden ze voor verhoor naar de Begijnenstraat in Antwerpen gebracht. Daarna werkte hij enkele maanden in een tuchthuis in Bayreuth en op 1 december 1944, terwijl de bevrijding in volle gang was, kwam hij met de trein in Dachau aan. Dachau was het eerste nazi-concentratiekamp en werd vooral gebruikt voor politieke gevangenen. Het was een oord van verschrikking en men zei niet voor niets 'Lieber Gott, mach mich stumm, dass ich nicht in Dachau komm''. Voor meer dan 250.000 gevangenen was deze bede vergeefs. Tekst 2 Evenals in Buchenwald was in Dachau het principe ‘vernietiging door arbeid' van toepassing. De gevangenen moesten zoveel mogelijk werken met zo weinig mogelijk eten. Ze stierven van honger, van kou, door tyfus, tbc, dysenterie en andere infectieziekten. Of ze werden vergast, opgehangen, doodgetrapt of doodgeschoten. Ook werden er proeven op mensen gedaan. Wat voor uitwerking bevriezing op het lichaam had bijvoorbeeld. In totaal lieten 150.000 mensen in Dachau het leven. 'Lieber Gott, mach mich stumm, dass ich nicht in Dachau komm''. Ludo van Eck werkte maar vijf dagen. Hij was zo verzwakt dat hij in blok 29 terecht kwam, waar de barakken van de stervenden stonden. De dodenbarakken. Daar ontmoette hij een Nederlander, wiens naam hij niet meer kent, maar die hij in zijn boeken `Vriend`noemt. Vriend was een Nederlandse arts en aan hem dankt Van Eck misschien wel het leven. Tekst 3 Ook Ludo van Eck kreeg een keer met de kwade bedoelingen van een Rus te maken. Hij ruilde een homp brood voor een paar pantoffels die de Rus van zijn deken had gemaakt. Maar toen hij het brood op had schreeuwde hij plotseling dat Van Eck zijn pantoffels had gestolen. Het kwam hen beiden op 25 stokslagen te staan. Bij de Rus luidde de beschuldiging ‘sabotage’ omdat hij een stuk van zijn deken had verscheurd en van Eck werd bestraft voor 'Kameraaddiefstal'. Tekst 4 Ook de verloofde van Ludo van Eck overleefde het kamp, zij het als invalide. De eesten van de groep zijn niet teruggekomen. Zoals zijn vader, oom en tante en zijn vrienden: Jacques Peters, Jacques van Bael en Tavernier. Misschien was de dood zo gek nog niet, want de angst is nooit verdwenen en de stank ruiken ze nog steeds. Ze hebben allemaal van die pilletjes op zak en regelmatig stoppen ze die in hun mond. Tekst 5 U luisterde naar een gesprek met de Vlaamse schrijver Ludo van Eck. Zijn boeken zijn uitgegeven bij Libertas. nl