Alles
nl
Twee levens, twee oorlogen en twee landen, 1: Hoe je als Hongaar Nederlander werd, maar ook weer niet helemaal. Deel één van tweedelig portret van een Hongaarse broer en zus, die tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog zwaar ondervoed naar Nederland kwamen. Over het lot van een broer en zus in de geschiedenis van een verscheurd Europa. In de jaren twintig kwamen tienduizenden ondervoede kinderen met speciale treinen van de Kinderliga uit Hongarije naar Nederland om bij te komen van de ellende. De Hongaars-Oostenrijkse dubbelmonarchie was uit elkaar gevallen. Ook de Hongaren hadden aan de zijde van de verliezende partij - Duitsland - gevochten en moesten de (te) zware tol van de Vrede van Versailles meebetalen. Voor de Hongaren was dat een extra zware klap, want het land verloor bij de Vrede van Trianon (1920) maar liefst tweederde van zijn grondgebied, bevolking en hulpbronnen aan de omliggende landen. Twee van die ondervoede kinderen, zus Erzsi en broer Joeri Szolcsanyi, zijn nog in leven en vertellen over het dramatische dubbelspoor dat hun levens door de Europese en de wereldgeschiedenis van de afgelopen driekwart eeuw volgden. Joeri reisde op de meest benarde ogenblikken ietwat radeloos heen en weer tussen zijn beide vaderlanden Hongarije en Nederland. Erzsi vernederlandste weliswaar helemaal, maar kwam via een huwelijk in Nederlands-Indië en de Jappenkampen terecht. Het naoorlogse communisme kreeg ze even allebei in de greep, toen ze elkaar vergeefs op het vliegveld van Boedapest probeerden te ontmoeten. Erzsi is nu 80 en Joeri 74. Hij slijt zijn oude dag in Boedapest en moet er als nachtportier wat bijverdienen, nu het socialisme daar geheel bankroet is gegaan. Erzsi heeft met haar man een comfortabel pensioen en bewoont een luxe bungalow in het groen tussen Den Haag en Rotterdam. Joeri spreekt vloeiend Nederlands, dat helaas door zijn tandeloosheid en een zeer vroeg aangeleerde Tukkerse tongval enigszins is aangetast. Erzsi kan zelfs haar naam niet meer behoorlijk in het Hongaars uitspreken. nl