Alles
nl
Zesdelige serie over de geschiedenis van de Zuid-Molukkers in Nederland. Deze aflevering gaat over de integratie in de Nederlandse samenleving na bijna 40 jaar verblijf in Nederland. Toch worden de jaren ‘80 gekenmerkt door nieuwe aandacht voor de Molukse cultuur. Interviews met: - dokter Frans Tutuhatunewa, verbonden aan de Stichting Tjandu, hulpverlening aan Molukse drugsverslaafden; - Juul Mustamu en Peter Schouten, redactieleden van het, inmiddels opgeheven, Molukse jongerenblad Tjenkeh; - Lies Tohata, dochter van oud-KNIL-er, over militaire pensioenen; - Corrie Steensma-Pattipeilohy, over onderwijs aan Molukse kinderen; - Robilmas Rahantoknam en Rosa Renwarin, over hun bezoek aan het geboortedorp van hun opa’s. - Ton Tomasowa, over terugkeer naar Ambon, en over behoud van de Molukse cultuur; - Elias Rinsampessy over eventuele terugkeer naar de Molukken; - Fien Sihasale, over het verlaten van jongeren van de Molukse wijken, en over de oude politieke idealen. - Billy Buhuku, over het behoud van de Molukse cultuur; - pedagoog Otjep Rahantoknam, over Molukse identiteit en cultuur; - Andy Moniharapon, over Molukse demonstraties die onlangs zijn geweest; - profetie van het Indonesische orakel Joyobaye. Inleidende teksten: Tekst 1 Als jonge Molukkers in 1977 opnieuw tot gijzelingsacties overgaan, dringt het tot de Nederlandse regering door dat er nu toch echt serieuze aandacht voor de Molukkers moet komen. Alleen praten helpt niet meer, er moet wat gedaan worden. Met behoud van identiteit moeten de Molukkers integreren in de Nederlandse samenleving, zo concludeert de regering, waarbij een spoedige verwezenlijking van het RMS-ideaal onmogelijk lijkt. Niet minder dan 12 miljoen gulden komt er per jaar vrij om aan de Molukkers te besteden. Een waar leger van welzijnspriesters daalt op de wijken neer. Er komen wijkgebouwen, nieuwe kerken en allerlei stichtingen voor sociaal-cultureel werk. De zeggenschap van de Molukkers zelf komt tot uiting in het in 1978 opgerichte Inspraakorgaan Welzijn Molukkers. De problemen in de jaren 70 blijken ook uit het snel stijgende aantal druggebruikers onder Molukkers. Dokter Frans Tutuhatunewa is vanaf de oprichting in 1978 verbonden aan de Stichting Tjandu, die de hulpverlening aan de Molukse verslaafden aan moet pakken. Tekst 2 is vervallen Tekst 3 Niet alleen dankzij de Nederlandse overheid komen initiatieven tot stand die de maatschappelijke positie van de Molukkers moet helpen verbeteren. Ook de Molukkers zelf ontwikkelen nieuwe ideeën. Zonder een cent subsidie verschijnt in 1978 het eerste nummer van het onafhankelijke jongerenblad Tjenkeh, wat kruidnagel betekent. Een symbool van de onderdrukking uit de koloniale tijd, maar tegelijkertijd het symbool van de schoonheid van de Molukse eilanden. Een redactieteam van zo’n 15 vrijwilligers verzorgt de inhoud van het maandblad. Onder hen Juul Mustamu en Peter Schouten, de enige Nederlander in de redactie en de enige met een journalistieke achtergrond. Beiden vertellen over het ontstaan van Tjengkeh en de rol die het blad daarna speelt. Tekst 4 Een van de strijdpunten van Tjengkeh, dat tot 1986 blijft bestaan, is de toekenning van een militair pensioen aan de oud-KNIL-militairen. Pas in 1983 erkent de regering die rechten en besluit 2000 gulden toe te kennen aan oud-soldaten met minimaal 15 dienstjaren. Lies Tohata krijgt die toekenning een dag na het overlijden van haar vader en dan blijkt dat de erfgenamen er geen aanspraak op kunnen maken. Het enige dat ze erft zijn de medailles. Tekst 5 Een belangrijke oorzaak van de sociale problemen onder jonge Molukkers is hun gebrekkige schoolopleiding. Naast de discriminatie, waar zij van te lijden hebben, zorgt dit voor een steeds toenemende werkeloosheid. Pas vanaf het begin van de jaren 70 komt er enige aandacht voor de specifieke problemen van de Molukse kinderen in het onderwijs. Corrie Steensma-Patipeilohy is in die tijd één van de weinige Molukse leerkrachten op een lagere school, en zet zich in voor hun problemen. Tekst 6 Om het contact met de eigen cultuur in stand te houden en te voeden, gaan steeds meer Molukkers met vakantie naar het vaderland. Voor de tweede en derde generatie is dat het eerste contact met de Molukken. Robilmas Rahantoknam en Rasa Renwarin, 8 en 9 jaar, zijn vorig jaar voor het eerst naar de Kei-eilanden geweest, naar het geboortedorp van hun opa’s en vertellen over hun ervaringen. Tekst 7 Ook veel oudere Molukkers zijn de laatste jaren op vakantie geweest naar hun vaderland en hun familie. Zo ook Tom Tomasowa. Hij herinnert zich de vervreemdende ervaring nog haarscherp, toen hij voor het eerst na tientallen jaren weer voet aan wal zette op het vliegveld van Ambon. Tekst 8 Elias Rinsampessy behoort tot de zogenaamde tweede generatie en hij is, zoals hij zelf zegt, helemaal verwesterd. Hijwoont al 20 jaar niet meer in een Molukse wijk en geeft zijn kinderen een Nederlandse opvoeding. En toch is ook bij hem de gedachte van terugkeer naar de Molukken nooit helemaal verdwenen. tekst 9 Fien Sihasalé woont nog wel in de Molukse wijk van Bovensmilde. Ze vindt het jammer dat steeds meer jongeren de wijken verlaten, maar voor het voortbestaan van het fenomeen ‘Molukken-wijk’ is ze niet bang. tekst 10 Tom Tomasowa behoort tot de eerste generatie en ook hij krijgt elk weekeinde z’n kinderen en kleinkinderen op bezoekin de Vlissingse wijk waar hij woont. Toch is hij heel pessimistisch over de overlevingskansen van de echte Molukse cultuur in Nederland. Want zag hij niet bijna al z’n kinderen trouwen met Nederlanders? tekst 11 Iemand die het allemaal veel positiever ziet is Billy Buhuku. Er mag dan invloed zijn van het omringende Nederland, dat betekent nog niet dat zijn Molukse ziel ooit verloren zal gaan. Tekst 12 Ook de pedagoog en dichter Otjep Rahantóknam is niet bang voor de toekomst in Nederland. Hij ziet een nieuwe Molukse identiteit en cultuur ontstaan. Tekst 13 Met de grote aandacht die de laatste jaren is besteed aan de Molukse cultuur in Nederland, lijkt het RMS-ideaal voorgoed naar de achtergrond te zijn verdwenen. Tot op 25 april van dit jaar worden in Den Haag het feitherdacht dat 40 jaar eerder op Ambon de RMS werd uitgeroepen. Fien Sihasale loopt samen met haar man en dochtertje mee in een demonstratie in Den Haag. Die demonstratie loopt finaal uit de hand, als de stoet niet langs het gebouw van de Indonesische ambassade mag trekken. Jongeren halen dranghekken omver en proberen zich met stokken en stenen een weg te banen door het politie-cordon. Voor Fien Sihasale het bewijs dat het oude politieke ideaal nog altijd leeft onder de jongeren. tekst 14 Met behulp van televisiebeelden weet ‘Justitie’ een groot aantal Molukse demonstranten op te pakken. Op 30 oktober verschijnen de eerste acht voor de rechter. Een van hen is Andy Moniharapon. Tekst 15 En met deze - door Peter Soumokil zo gekoesterde - profetie van het Indonesische orakel Joyoboye, dat eens de Molukkers zullen heersen over de hele Indische archipel, besluiten wij onze serie van zes uren radio, waarin Molukkers hun eigen turbulente geschiedenis van de afgelopen 40 jaren vertellen.nl