Alles
nl
Zesdelige serie over de geschiedenis van de Zuid-Molukkers in Nederland. Deze aflevering gaat over de radicalisering van Molukse jongeren, die uitloopt op harde acties. In de loop van de jaren zestig vindt onder Molukse jongeren een politieke radicalisering plaats. De tweede generatie Zuid-Molukkers weigert zich neer te leggen bij de onmogelijkheid terug te kunnen keren naar de Molukken. De Nederlandse regering moet stappen ondernemen. In 1966 slaat de vlam in de pan en de Indonesische ambassade in Den Haag wordt in brand gestoken. In 1970 wordt de Indonesische residentie in Wassenaar bezet. In 1975 wordt een trein gekaapt bij het Drentse Wijster en de Indonesische ambassade bezet. In 1977 worden de intercitytrein Zwolle-Groningen en een lagere school in Bovensmilde bezet. Bij het bevrijden van de trein vallen 8 doden. Interviews met o.a. een Molukker die betrokken was bij de eerste acties en met Molukkers over de gevolgen van de acties binnen de Molukse gemeenschap, zowel als daarbuiten. Inleidende teksten: Tekst 1 Dit was een fragment uit de afscheidsbrief, die Hansina Uktolseja aan haar ouders schreef, vlak voor zij in 1977 besloot om deel te nemen aan de kaping door Molukkers van de trein bij De Punt in 1977: een actie die zij met de dood moest bekopen. In de loop van de jaren zestig vindt onder Molukse jongeren een politieke radicalisering plaats. Het zijn de kinderen van de oud-KNIL-soldaten, die vanaf 1951 eerst in kampen en later in eigen woonwijken lijdzaam hebben gewacht op hun terugkeer naar de Molukken; een terugkeer die niet mogelijk bleek. De Tweede generatie Zuid-Molukkers weigert om zich daar bij neer te leggen. De jongeren willen dat de Nederlandse regering bij Indonesië eindelijk eens stappen onderneemt om het beloofde zelfbeschikkingsrecht in de praktijk te verwezenlijken. Als de Indonesische president Soeharto in 1966 de ter dood veroordeelde Zuid-Molukse president Soumokil tegen de verwachting in ook werkelijk laat executeren zonder dat de Nederlandse regering daarop reageert, vindt het eerste felle protest plaats. Met Molotov-cocktails wordt de Indonesische ambassade in Den Haag in brand gestoken, de voorbode van een reeks gewelddadige acties, waarmee Zuid-Molukse jongeren in de jaren zeventig hun politieke idealen kracht bij willen zetten. Als de Nederlandse regering in 1970 Soeharto voor een officieel staatsbezoek uitnodigt, voelen de Molukkers zich nog verder gekrenkt. Minister Luns weigert om de Zuid-Molukse president in ballingschap Manusama een gesprek met Soeharto toe te staan. Peter Soumokil vertolkt de gevoelens die dan onder de Molukkers leven. Tekst 2 De verontwaardiging over de komst van Soeharto is groot, en de Molukse leiders roepen op tot actie. Hierop besluiten 33 vooral jonge Zuid-Molukkers, de Indonesische ambassadeur en zijn gezin te gijzelen. Op 31 augustus 1970 is het zo ver. ’s Ochtends vroeg overvalt de groep van 33 de Indonesische residentie in Wassenaar. Onder de aanvallers is Ferry Tomassoa. Bij de voorbereiding van de actie is hij niet betrokken geweest, maar toen hem twee weken vooraf werd gevraagd om mee te doen, twijfelde hij geen moment. Tekst 3 Dit was een fragment uit een interview met RMS-president Manusama, vlak na de beëindiging van de gijzelingsactie. Manusama, die er samen met dominee Metiari voor gezorgd heeft dat de gijzeling snel was afgelopen, is vol lof over de actie. Niet iedereen is zo enthousiast. Volgens Peter Soumokil is er niets bereikt, en hebben de Molukse leiders zich voor het karretje van de Nederlanders laten spannen. Tekst 4 De actie van 1970 heeft weinig effect. Van meer aandacht van de overheid voor de Molukkers is geen sprake. Ondanks dit gebrek aan resultaat worden de actievoerders door veel jonge Molukkers als helden gezien, die alles wat ze hebben overboord zetten, en hun leven waagden voor hun ideaal. Ferry Tomassoa vindt dit overdreven. Tekst 5 Als op 2 december 1975 een trein bij het Drentse Wijster wordt gekaapt, gaat het er heel wat harder aan toe dan bij de ambassadeurswoning in 1970. Al op de eerste dag vallen er twee doden en het is duidelijk dat de kapers niet van plan zijn hun actie snel op te geven. Ook nu wordt weer geprobeerd door het sturen van Molukse autoriteiten de zaak in goede banen te leiden, maar dat levert aanvankelijk geen resultaat op. Meester Kuhuwael die de kapers kent omdat hij ze als onderwijzer les gegeven heeft op de kampschool in Schattenberg, en dokter De Lima zijn de eersten die contact leggen. Volgens De Lima gaat dat erg moeizaam. Tekst 6 Dit was een fragment van een gesprek met RMS-leider Manusama tijdens de kaping. Inmiddels is ook het Indonesische consulaat in Amsterdam bezet. Was Manusama in 1970 nog vol lof over de actievoerders, nu heeft hij geen goed woord voor hun daden over. In de Molukse wijken wordt er minder hard geoordeeld. Met het geweld dat gebruikt wordt is lang niet iedereen het eens, maar wel met het doel dat de actievoerders willen bereiken. Fien Sihasale over de stemming in Bovensmilde. tekst 7 - vervalt tekst 8 Tijdens de gijzelingen blijkt dat de Nederlandse journalisten weinig kennis bezitten over de achtergronden van de Molukkers. Een van de Molukkers die gevraagd wordt om informatie te geven is Elias Rinsampessy, student antropologie uit Nijmegen. Kort voor de acties heeft hij een kandidaatsscriptie geschreven onder de titel ‘Mogelijke gronden van agressie onder Molukse jongeren’. Hij treedt op als woordvoerder van de jongerenvereniging Pattimura. tekst 9 Om meer publiciteit aan hun actie te geven, nemen de bezetters van het consulaat contact op met de pers. U hoort een fragment van een gesprek dat Kees Buurman van de NOS-radio voert met een actievoerder. tekst 10 Ondertussen blijven de onderhandelingen tussen de Molukse delegatie en de actievoerders moeizaam verlopen. Pas als ook president Manusama en mevrouw Soumokil, weduwe van de Indonesië geëxecuteerde oud-president van de RMS, zich bij de onderhandelaars hebben gevoegd, wordt er met de treinkapers overeenstemming bereikt over de voorwaarden waaronder zij hun actie willen beëindigen. Tekst 11: Als vijf dagen na het beëindigen van de treinkaping ook de bezetters van de Indonesische ambassade in Amsterdam zich overgeven, kan de balans van beide gijzelingen worden opgemaakt; drie doden hebben niet kunnen bewerkstelligen dat het ideaal van de Molukkers dichterbij is gekomen. Als enig direct gevolg van de acties zal er politiek overleg gevoerd worden tussen Manusama en de Nederlandse regering over de toekomst van de Molukkers. Ondertussen gaapt er een kloof tussen Molukkers en Nederlanders, die onoverbrugbaar lijkt, ook al besteden de kranten voor het eerst aandacht aan de achtergronden. Vanaf de eerste dag van de gijzelingen ondervinden de Molukkers een vijandige houding van de Nederlanders. Lies Tohata: Tekst 12 Niet alleen op hun werk worden Molukkers gediscrimineerd. Koos Taihuttu durft nauwelijks meer met een trein te reizen, bang als hij is om als potentiële kaper te worden aangezien. Tekst 13 Dit fragment uit de toespraak van Otto Matulessy, gehouden bij de viering van de onafhankelijkheid van de RMS op 25 april 1977, maakt duidelijk dat de Zuid-Molukse jongeren geen vertrouwen hebben in het overleg dat hun president Manusama met de Nederlandse regering voert. Hoe explosief de stemming is, blijkt nog geen maand later. Tekst 14 Waar ingewijden al voor hadden gewaarschuwd, gebeurt op 23 mei 1977. De inzittenden van de intercitytrein Zwolle-Groningen, en leerlingen en onderwijzers van een school in Bovensmilde worden gegijzeld door jonge Zuid-Molukkers. Vooral de gijzeling van kinderen wekt veel afschuw, ook in Molukse kringen. De kapers eisen dat de veroordeelde actievoerders van 1975 worden vrijgelaten en dat zij per vliegtuig naar een onbekende bestemming mogen vertrekken. Opnieuw wordt gedreigd gijzelaars te executeren, als niet aan de eisen wordt voldaan. Fien Sihasale woont in die tijd in de Molukse wijk in Bovensmilde en voelt zich als kleuterleidster persoonlijk betrokken bij de gijzelingsactie in de school. Tekst 15 In de vroege ochtend van 11 juni 1977 wordt op gewelddadige wijze een einde gemaakt aan de gijzelingen in de trein bij De Punt. Na bijna drie weken vruchteloos onderhandelen ziet de Nederlandse regering onder leiding van premier Den Uyl geen andere uitweg dan een bevrijdingsactie met inzet van zwaar militair materieel. Bij de school valt één gewonde, bij de trein worden zes van de negen kapers doodgeschoten en vallen ook onder de gijzelaars twee slachtoffers. Niet alleen in Molukse, maar ook in Nederlandse kring is veel kritiek op het geweld dat is gebruikt, omdat er tot dat moment in tegenstelling tot de gijzelingen uit 1975 nog geen enkel slachtoffer is gevallen. Direct na de beëindiging van de gijzelingen heerst er in de Molukse wijken een terneergeslagen sfeer. Ook bij Fien Sihasale uit Bovensmilde, waar de omgekomen treinkapers woonden. Tekst 16 De harde acties van 1977 brengen vooral een sociaal-maatschappelijke discussie op gang. Voor het eerst wordt uitgebreid aandacht besteed aan de problemen van de Molukse gemeenschap in Nederland. Elias Rinsampessy en Peter Soumokil hebben elk hun eigen visie op die ontwikkeling, waarop de gijzelingsacties uit de jaren zeventig veel invloed hebben uitgeoefend.nl