Alles
nl
Deel drie van een achtdelige serie over fabrieken en hun invloed op de omgeving. In dit deel: de uienfabriek van de gebroeders Mol in het Zeeuwse 's-Gravenpolder, in zijn bloeitijd het grootse uienbedrijf van Nederland, met: 150 werknemers, een omzet van 35 miljoen per jaar, filialen in de Noordoostpolder en de Flevopolder en export naar bijna alle landen van Europa. Het bedrijf vergiftigde een belangrijk natuurgebied en dompelde het dorp 's-Gravenpolder jarenlang onder in stank. Interviews met: - Piet Jansen, chauffeur bij Mol geweest, en zijn vrouw; - De heer M. Twigt, werknemer geweest v.a. 1970, o.a. over de verkoop van de fabriek aan de Suikerunie; - De familie Onderdijk, bewoners van een boerderij vlak naast de fabriek. Zij ondervonden nogal wat overlast van de fabriek, o.a. door onteigening, lawaai en stank; - De familie Abbink, bewoners van een huis aan de rand van het natuurgebied Zwake: over de stank die ontstond bij de productie van uienolie; - Jan de Visser, die de stank ook te gortig werd; - Hans Bannink van de Zeeuwse Milieufederatie over het feit dat diverse burgemeesters een adviseurschap bij Mol bekleedden; - Chiel Jacobusse, over de gevolgen van de verontreiniging voor het natuurgebied Zwake. Uitgebreidere documentatie aanwezig in VPRO archiefnl