Alles
nl
Aflevering 1 van de Spoor Terugserie "Tussenstop Apeldoorn, op weg naar het beloofde land". In oktober 1947 wordt een groep van vijfhonderd joodse kinderen afkomstig uit Roemenië ondergebracht in het gebouwencomplex "Het Apeldoornse bos". Een jaar later vertrekt bijna de hele groep per schip naar Israël. In Het Spoor terug het verhaal van de dan 10-jarige Nathan Barzilai en zijn lotgenoten, over hun belevenissen in Roemenië, hun verblijf in Apeldoorn en hun uiteindelijke aankomst in "Erets Jisraeel", zoals zij hun beloofde land dan al noemen. In deze aflevering staat hun jeugd in Roemenië, gedurende de Tweede Wereldoorlog en de periode vlak daarna, centraal. Vraaggesprekken met de toen 10-jarige Nathan Barzilai en (in het Roemeens en Engels, met vertaling) enkele van zijn lotgenoten. Aan de orde komen: hun uiteindelijke vertrek uit Roemenië en de reis naar Nederland. Vraaggesprekje met het toenmalige paviljoenhoofd Julia Boeke over de opvang van de kinderen. Inleidende teksten: Tekst 1 Nathan Barzilai is een van de bijna vijfhonderd joodse kinderen uit Roemenië die in de herfst van 1947 in Nederland aankomen. Het grootste deel in oktober 1948 naar de dan pas uitgeroepen staat Israël. De jongste kinderen blijven nog een paar jaar langer in Nederland, maar dan gaan ook zij. Alleen Nathan blijft achter en zal pas zes jaar later naar Israël emigreren. Zijn voormalige lotgenoten is hij, op zijn jongste zusje Jona na, uit het oog verloren. De band met het verleden is verbroken en de herinnering aan zijn jeugd vervaagd. Nu, bijna vijftig jaar later, bezoeken we een aantal van de 'vijfhonderd joodse kinderen', die in 1947 en 48, de gebouwen bevolkten, van de voormalige joodse psychiatrische inrichting, Het Apeldoornse Bosch. Herinneringen worden opgehaald en ook bij Nathan komen steeds meer gebeurtenissen uit zijn jeugd boven. Tekst 2 In het joodse weeshuis heeft Nathan verder weinig van de Tweede Wereldoorlog gemerkt. De joden in Roemenië hebben het 'geluk' dat het regime vanaf het begin partij heeft gekozen voor Duitsland en daarom niet bezet wordt. De meeste joden komen zonder veel problemen de oorlog door. In twee gebieden ligt dat anders. In Bessarabië dat in 1940 door de Russen wordt bezet en in Transsylvanië, dat in datzelfde jaar, bij de zogenoemde 'tweede Weense arbitrage', aan Hongarije wordt toegewezen. Shulamit Ayalon is opgegroeid in Transsylvanië, in een klein dorpje met een grote joodse gemeenschap. Tekst 3 Hoewel haar moeder nog leeft, komt Shulamit na de oorlog, net als Nathan, in een weeshuis terecht. En ook zij komt in 1947 bij de groep van 500 joodse kinderen terecht die naar Nederland gaat. Dat dit kan hebben ze te danken aan het feit dat er in Duitsland geen kinderen te vinden zijn die naar Nederland willen komen. In 1947 zitten in Duitsland nog 700.000 mensen in kampen, die niet naar huis toe kunnen of willen. Onder hen ruim 150.000 joden. Als aan de omringende landen wordt gevraagd een aantal van deze mensen op te nemen, besluit de Nederlandse regering dat er zoveel mogen komen als er op de arbeidsmarkt terecht kunnen. Bovendien mogen 500 joodse kinderen, voor maximaal drie jaar, naar Nederland komen, om hier te worden opgeleid voor een leven in Palestina. Al snel blijkt dat van de 8.000 joodse weeskinderen die in Duitse kampen zitten, maar een handje vol naar Nederland wil komen. In Roemenië ligt dat anders. Gezien de gespannen politieke situatie in dat land, willen de meeste joden die met plannen rondlopen om naar Palestina te gaan daar zo snel mogelijk weg. Na overleg tussen joodse organisaties en de Nederlandse regering wordt besloten dat er 500 kinderen uit Roemenië, in plaats van die uit Duitsland, tijdelijk naar Nederland mogen komen. Om bij die groep van 500 te komen moet je wel lid zijn van een van de acht zionistische jongerenorganisaties die Roemenië kent: Agoeda, B'nei Akiba, Gordonja, Dror Igoed, Dror Haboniem, Hanoar Hazoni, Hasjomer Hazair en Betar. Acht politieke organisaties, van uiterst rechts tot uiterst links. Baruch Rachmut behoort tot de sociaaldemocratische groep Dror Haboniem. Tekst 4 Ada en Chaim Nooi zijn lid van Dror Igoed, een groepering die zich ongeveer in het midden van het politieke spectrum bevind. Volgens hem valt het niet mee de groep samen te stellen, want er willen geen 500 maar wel 5000 kinderen mee, dus moet er geselecteerd worden. Tekst 5 Meir Hirsch heeft ouders die politiek actief zijn en goede connecties hebben. Hij mag dus mee, en kan zich nog goed herinneren dat het bericht binnenkwam dat hij tot de uitverkorene behoorde die , via Nederland, naar het beloofde land zouden gaan. Tekst 6 Nathan kan zich niet herinneren dat hem ooit is gevraagd of hij mee naar Nederland wilde. Samen met zijn zusje en een aantal andere kinderen uit het weeshuis is hij gewoon meegenomen. Tekst 7 Het voornaamste dat Nathan zich van de reis herinnert, is dat hij zo vreselijk lang duurde. Dat klopt, maar de vraag is: hoe lang? Heeft Nathan met zijn vier maanden gelijk? of zit Meir, die denkt dat de reis maar twee maanden duurde, er dichterbij? Iedereen die we spreken komt met een ander verhaal. Waar ze het wel allemaal over eens zijn is dat er een oponthoud in Praag is geweest. Ook Nathan herinnert zich dat. En als we met Rachel en Battsjeeva Friedman over het verblijf daar praten komt er opeens nog een herinnering bij hem op. Tekst 8 Ook over de duur van het oponthoud in Praag zijn de meningen verdeeld. Wat opvalt is alles volgens de kinderen langer geduurd heeft dan volgens de leiders van destijds. Ada en Chaim Nooi de de groep van Dror Igoed begeleide zeggen het zeker te weten. De reis duurde drie weken en het oponthoud in Praag 10 dagen. Voor dat laatste hebben ze een plausibele verklaring. Tekst 9 Het laatste deel van de reis voert de trein met kinderen door Duitsland. Voor velen is dat een bijzondere ervaring. Meir Hirsch. Tekst 10 In Nederland is men intussen druk doende met de voorbereiding van de komst van de kinderen. De oproep die u zojuist hoorde is in Bilthoven huis aan huis in de bus gegooid door leerlingen van kindergemeenschap De Werkplaats, de school van onderwijsvernieuwer Kees Boeke. Zijn dochter Julia is door de Stichting 500 Joodse Kinderen, die de opvang regelt, in dienst genomen als paviljoenhoofd. Ze heeft al in een opvangkamp in Duitsland gewerkt, en krijgt in Apeldoorn een gebouw waar drie van de acht jongerenorganisaties worden ondergebracht onder haar hoede. Als ze enkele weken voor de kinderen worden verwacht poolshoogte gaat nemen in het Apeldoornse Bosch, schrikt ze. 00:32:00 nl