Alles
Gesprekken van Tom Rooduijn en Henk Hofland met markante figuren uit het Nederlandse literaire leven, geboren voor of omstreeks 1930.nl
Vraaggesprek met auteur Rudy Kousbroek. Hij vertelt over zijn intrede in de Nederlandse literatuur middels het tijdschrift Braak, daarna schreef hij, op verzoek van de dichter Simon Vinkenoog, voor de Haagse Post. Kousbroek vertelt in hoeverre hij meent tot de Vijftigers te behoren en wat de poezie van Lucebert (pseudoniem van L.J. Swaanswijk) bij hem veroorzaakte. "Lucebert was zo'n komeet aan de hemel, dat heeft mij in ieder geval volledig tot zwijgen gebracht". De jaren die Kousbroek in Parijs doorbracht komen ter sprake. Hij had er contact met de schrijvers Simon Vinkenoog, Remco Campert, Hans Andreus (pseudoniem van J.W. van der Zant), Hugo Claus, en met de schilders Corneille en Karel Appel. "We waren zo verschrikkelijk arm. Gerard van het Reve stuurde mij voedselpakketten". Enige uitspraken over Nederland en de stad Leiden waar Kousbroek momenteel woont: "Het is een derderangs land. Leiden is totaal verliederlijkt; mensen die op straat pissen, niet studeren... Een gruwelijke wereld". Tenslotte gaat Kousbroek in op zijn heimwee naar Parijs en de onomkeerbaarheid van de tijd. "...het gevoel dat het hele verleden vergeefs was. Nu zit ik daar tussen de kinkels in Leiden".nl