Vliegen met andermans duif
Regelmatig komt het voor dat een Basislid een duif inkorft die niet zijn/haar eigendom is.
Het kan zijn dat dit niet met opzet gebeurt, bijvoorbeeld omdat vooral bij jonge duiven de liefhebber niet al zijn of haar duiven al herkent.
Het kan ook gebeuren als iemand anders, bij afwezigheid van de eigenaar van de duiven, voor hem of haar de duiven inkorft.
Als zo’n duif na een vlucht bij de rechtmatige eigenaar terugkomt met een gummiring of een andere chipring om, heeft deze het recht dit aanhangig te maken bij het Tuchtcollege (Aanklager).
Hierdoor ontstaan vaak vervelende situaties, die voorkomen kunnen worden door er op te letten dat bij het inkorven de hoklijst wordt gecontroleerd. Reglementair is het zo, dat alle aan een wedvlucht deelnemende duiven op de hoklijst moeten staan (en ook op naam). Ook de ringenserie van de jonge duiven en later aangeschafte jonge duiven.
Jaarlingen en oude duiven die aan wedvluchten deelnemen, moeten vóór aanvang van het vliegseizoen op de hoklijst staan.
Bij iemand die elektronisch constateert, kan een duif die niet zijn of haar eigendom is en niet op de hoklijst staat, ook niet in het systeem staan.
Indien een Basislid een duif aanbiedt waar een gummiring om moet, dient altijd de hoklijst te worden gecontroleerd. Dit geldt met name voor duiven met een van zijn of haar serie afwijkend ringnummer.


