Lossing Blois
Enige tijd geleden verscheen in het “Spoor” een anonieme brief van iemand die zich convoyeur noemde over de lossing te Blois van dit jaar.
Een enkele internetsite nam dit stuk over en in een column in een ander weekblad werd naar dit stuk verwezen. Ik was tijdens deze lossing de hoofdconvoyeur en er is helemaal niemand geweest die ook maar een enkele bewering gedaan door de anonieme convoyeur, bij mij gecontroleerd heeft. De gedane beweringen zijn hele en halve onwaarheden. Ik vind het gewoon een belachelijke brief en er past de schrijver maar een ding en dat is zich diep schamen.
Om 06.15 uur heb ik met de voorzitter van de nationale lossingscommissie, de heer Lindner, een eerste contact gehad, om 07.10 uur kreeg ik zijn telefonisch bericht dat zodra de wagens er voor klaar stonden gelost mocht worden. Om 07.30 uur kon het lossingsein worden gegeven. Tussen deze twee telefoontjes door heb ik nog eenmaal contact gehad met de heer Lindner, maar op dat moment was er nog onvoldoende duidelijkheid over de weersontwikkelingen in de middag in Nederland.
Natuurlijk nemen de spanningen op de lossingplaats dan toe, dat is altijd het geval als er gewacht moet worden. Maar het is ronduit gebazel en zelfs beledigend om de heer Lindner dan een dictator te noemen. De nationale lossingscommissie onder leiding van de heer Lindner probeert zoveel als mogelijk risico’s uit te sluiten en een weloverwogen beslissing te nemen. Daarvoor is overleg en het raadplegen van deskundigen nodig. Wachten duurt lang en spanningen nemen toe en ook ik verlang sterk naar dat verlossende telefoontje. Kijk je echter terug dan is 55 minuten na het eerste contact dat verlossende telefoontje gekomen. Op de losplaats zijn dat taaie minuten, dat zal ik niet ontkennen, maar zorgvuldigheid bij een Nationale lossing gaat boven alles.
Ook de opmerkingen over het nachtelijke toezicht op het konvooi begrijp ik niet. De anonieme briefschrijver heeft het dan over wachtlopen. Op Blois is het nachtelijke toezicht helemaal geen probleem geweest. Vanuit de praktijk weet ik heel goed dat het nachtelijke toezicht op het konvooi zoals dit jaar door het bestuur van de NPO is voorgeschreven, weerstand heeft opgeroepen. Maar op Blois was daar geen sprake van. Het is wel een zaak waar de komende winter maar eens verder over gesproken moet worden.
Verder neem ik de anonieme briefschrijver het gebazel over de NPO functionarissen kwalijk. Ik heb de komst en aanwezigheid van de vertegenwoordigers van de nationale bond op deze nationale vlucht zonder meer als prettig ervaren en met mij veel meer convoyeurs. Ik zie het als een blijk van interesse en waardering voor de mensen die belast zijn met verzorging en lossing van de duiven die door tal van leden aan onze zorgen zijn toevertrouwd.
Over de terugreis heeft de heer Mackaay geschreven dat het goed weer was. Dit zou volgens de anonieme schrijver een grote leugen zijn. Mijn ervaringen zijn echter in overeenstemming met die van de heer Mackaay. Op de terugweg was er sprake van goed duivenweer, niet meer en niet minder. Het verloop van het concours in alle afdelingen bevestigt dit.
Als de anonieme briefschrijver daadwerkelijk een convoyeur is geweest en die op deze wijze baggerverhalen het land in strooit, is het naar mijn mening het beste dergelijke mensen te weren op de losplaats. Maar ook de kritiekloze wijze waarop bladen, internetsites en columnisten dergelijke berichten overnemen valt mij tegen. Roddel is blijkbaar interessanter dan de waarheid. Jammer.
Christ van der Linden
Hoofdconvoyeur op Blois


