Van de voorzitter: Ophokplicht van de baan … nu de wedstrijden
Duiven weer naar buiten
Net als alle liefhebbers in het land zijn we blij dat de ophokplicht afgelopen woensdag werd opgeheven. De inspanningen vanuit het bureau, het crisisteam en het bestuur hebben vruchten afgeworpen. We willen iedereen die op een positieve wijze het probleem van de ophokplicht onder de aandacht heeft gebracht hartelijk danken voor de inzet. Onze duiven kunnen weer vrijuit vliegen en dat is vooral voor de jongen die nodig uitgewend moesten worden van levensbelang.
Wedstrijden
Uiteraard zijn nu alle inspanningen gericht op het weer kunnen organiseren van wedstrijden.
Dat is in de eerste plaats belangrijk voor u en voor onze postduivensport en natuurlijk ook voor de afdelingen (met het oog op de kosten van vervoer) en voor de aan onze sport gelieerde ondernemers. Het verzamelverbod van minister Veerman is voorlopig van kracht tot 1 juni aanstaande, maar natuurlijk willen we dit verkorten.
Er is inmiddels een commissie samengesteld met mensen uit verschillende afdelingen om alternatieve vliegprogramma’s te maken. Die programma’s zijn inmiddels om commentaar aan de afdelingsbesturen voorgelegd. Als de reacties binnen zijn zullen de alternatieve programma’s definitief door de commissie worden vastgesteld, maar uiteraard proberen we zo snel mogelijk de wedstrijden aan te kunnen vangen.
Ongegronde angst
Vorige keer heb ik al iets geschreven over het gunstige resultaat van een Duits onderzoek waarover eind vorig jaar publicaties in de pers verschenen. In het kort komt het erop neer dat uit dat onderzoek blijkt dat postduiven onder normale omstandigheden geen vogelgriep kunnen krijgen en de ziekte niet als drager kunnen overbrengen op andere dieren zoals pluimvee.
Toch blijven de Nederlandse autoriteiten bang voor het overbrengen van het vogelgriepvirus door postduiven aan de pootjes of pluim. Een angst die wij niet begrijpen, omdat, zoals ik twee weken geleden al schreef, allerlei vogels en dieren die in veel grotere getale in het wild leven het virus op deze manier kunnen overbrengen. Ook mensen kunnen dat aan hun lichaam, kleding of vervoersmiddel. Postduiven vormen dus geen groter risico in dit verband. Integendeel: ze vormen een heel … heel klein risico. In de natuur levende vogels en dieren zijn altijd in die natuur; onze duiven maar één dag per week een paar uur. Zeker op de korte vluchten vormen zij een miniem risico. Bijna al onze duiven vertrekken vanuit de manden in de wagens en landen pas weer als ze hun hok hebben bereikt.
Een onnoemelijk veel groter risico vormen dieren die in de natuur leven, vatbaar voor de ziekte zijn, de vogelgriep krijgen en die als drager verspreiden. Onder die categorie valt de postduif niét. De resultaten van het Duitse onderzoek maken dat helder en we zullen met die resultaten in de hand trachten de minister en het ministerie van LNV hiervan te overtuigen.
Risicoanalyses
Een verklaring die eveneens hoopgevend is, kwam 8 maart jl. uit Brussel. Het is een verklaring van de Europese Commissie voor de Gezondheid en Bescherming van de Consument. Deze commissie valt onder het Directoraat Dierengezondheid en Welzijn.
In de verklaring geeft de Commissie aan dat duiven behoorlijk resistent zijn tegen de vogelgriep en in het bijzonder tegen het H5N1-virus. Informatie uit China, Turkije en Thailand suggereert dat wilde duiven het mogelijk wel kunnen krijgen en verspreiden.
De Europese lidstaten hebben van de Commissie nu kort samengevat het volgende advies gekregen:
Er kan worden toegestaan dat postduiven vrij in de omgeving van hun hok vliegen voor oefening en training, onder voorwaarden dat ze voer en drinken krijgen in het hok.
Gebaseerd op een risicoanalyse kunnen de Europese lidstaten wedstrijden toestaan binnen hun land, met inachtneming van de situatie op het gebied van de epidemie in hun land en de ligging van hoge-risico-gebieden.
Gebaseerd op risicoanalyses zouden de Europese lidstaten grensoverschrijdende wedstrijden kunnen toestaan, als zij elkaar kunnen garanderen dat lossingen en aankomsten niet plaatsvinden van en naar hoge-risico-gebieden en dat vluchten niet over deze gebieden plaatsvinden.
En dus is de volgende stap het met behulp van veterinaire deskundigen opstellen van goede risicoanalyses. Op basis daarvan kunnen de autoriteiten in West-Europese landen vluchten toelaten in hun land en ook grensoverschrijdend. We willen dergelijke analyses niet gaan zitten afwachten en dus is daar de laatste tijd, ook op het NPO-bureau, hard aan gewerkt. Afgelopen week zijn de analyses besproken binnen de FCI, de internationale postduivenorganisatie, om op één lijn te komen. Hoe dat is afgelopen en welke stappen er vervolgens zullen worden gezet, laten we uiteraard weten.
Vliegen volkomen redelijk
Laten we hopen dat we in de komende tijd in Europa niet met nieuwe uitbraken op pluimveebedrijven worden geconfronteerd. Dat zal er om spannen, want de tijd waarop de trekvogels terugkeren breekt aan. Maar moed houden en niet opgeven, daar gaat het nu om.
Onze sport is te mooi om het hoofd in de schoot te leggen. We zullen met man en macht blijven gaan voor het zo snel mogelijk weer houden van wedstrijden. Vooral omdat we, tegen de achtergronden die ik schetste, pleiten voor een volkomen redelijke zaak!
Namens bestuur en crisisteam,
Gert Visser (voorz. NPO)


